vrijdag 9 juli 2021

#WOT deel 27, 2021

 



Het is een oude liefde, misschien zelfs wel mijn grote liefde, het schrijven van verhalen. Hoe leuk ik het non-fictie schrijven ook wil er blijft altijd dat verlangen naar het creëren van fictie.

 

Het is zoals altijd alweer veel te lang geleden dat ik iets volledig uit mijn duim zoog. Ik heb even terug gekeken en het was rond kerst dat ik een kerstverhaal schreef en een #WOT in verhaalvorm goot.

Niet dat er geen inspiratie is. Ik heb een aardig bestand aangelegd met ideetjes, opzetjes en introotjes. Ik heb alleen geen tijd gemaakt er eens voor te gaan zitten en ergens een samenhangend geheel van te brouwen.

 

Is er dan een reden dat ik geen tijd maak? Het antwoord is eenvoudig. Nee er is geen eenduidige reden. Hooguit een samenraapsel van excuusjes. Zo houd dat zelfvertrouwen op het vlak van fictie nog steeds niet over. Is er tijdens de coronaperiode weinig rust in huis. En houdt mijn gezin me weer eens aardig bezig.

Zie, enkel kleine excuses. Zelfvertrouwen heb ik namelijk nooit in overvloed gehad. Rust in huis is zo zeldzaam dat ik er eigenlijk een beetje onrustig van word. En mijn gezin heeft me altijd van de straat gehouden. Maar niet van het schrijven, dus waarom ik dat überhaupt als excuus wil aanvoeren weet ik zelf ook niet.

 

Als ik dan toch een oorzaak moet aanwijzen is het dat ik geen aanleiding heb. Rond kerst vraagt Martha Pelkman altijd of mensen een verhaal rond een bepaald thema willen schrijven. 

Ook heeft zij een tijdje een maandelijkse schrijfuitdaging gehad die is stil gelegd omdat velen aan het begin van de pandemie hun hoofd naar andere zaken hadden staan. En de schrijfwedstrijden durf ik niet aan, inspireren me niet of vragen verhalen met een woordenaantal wat me afschrikt.

 

Als ik dus fictie wil schrijven moet ik dat op eigen houtje gaan doen. Niet mijn sterkste kant. Ik heb graag een steekwoordenopzetje of een vastliggend thema of een ‘maak het verhaal af’. Dat zijn dingen die verhalen bij mij triggeren. Soms via een voorspelbare lijn, maar geregeld kronkelt mijn hoofd naar een minder voor de hand liggende verloop. En als het dan lukt om dat goed op papier te krijgen ben ik als een kind zo blij. Dat geeft echte voldoening.

 

 Verhaal = 1) Betoog 2) Fabel 3) Feuilleton 4) Folklore 5) Geschiedenis 6) Kroniek 7) Lang verslag 8) Legende 9) Letterkundig werk 10) Literair genre

 

Mocht je nou nieuwsgierig zijn geworden naar mijn verhalen, je vindt ze hier

 

dinsdag 6 juli 2021

#WOT deel 26, 2021

 

Mijn eerste middelbare school stond aan de Churchilllaan in Coevorden. Hoewel ik aan mijn schooltijd niet erg mooie herinneringen heb, heb ik dat wel aan het gebouw waar deze in huisde.

Op het gebouw ben ik altijd smoorverliefd geweest. De witte stenen, de portiek met die enorme houten deur. Het achterliggende portaal. De ruime hal met monumentale trap. Maar het meest verliefd was ik op het lokaal voor klassieke talen. Dat was een ieniemienie lokaaltje met hoge ramen, muurlijsten, een verhoging voor het bureau van de leerkracht en precies genoeg ruimte om 24 tafels en stoelen kwijt te kunnen.

 

Het lokaal lag een beetje in een verdomhoekje . Je kon er alleen komen door een smal gangetje waar je met enige moeite elkaar kon passeren maar meestal wachtte de ene klas even voor het kantoor van de conrectoren tot de vorige klas allemaal het gangetje uit waren.

De conrectoren waren daar vaak wat minder van gediend want blijkbaar maken 18 leerlingen die moeten wachten op ongeveer 18 andere leerlingen best veel geluid. We hadden alleen geen enkel idee waar we dan zouden moeten wachten want de andere opties waren bovenaan de trap, voor de klapdeuren van een gang vol lokalen of voor de deur van een veelgebruikt groot lokaal. We hebben wel eens geopperd het lokaal tussen klassieke talen en het kantoor in te gebruiken als tussenstop maar dat was uit den boze. Die ruimte was namelijk zo mogelijk nog kleiner en werd enkel gebruikt door de enkele kandidaat die Grieks in zijn/haar eindpakket had en de schoolarts.

 

Kantoor = 1) Arbeidsruimte 2) Bedrijfsgebouw 3) Bureau 4) Gebouw voor het werk 5) Handelshuis 6) Schrijfkabinet 7) Werkkamer

 

Dat het kantoor van de conrectoren boven aan de trap naast de gang naar Klassieke talen zat heb ik lange tijd alleen geweten door de mededelingen bij Grieks en Latijn dat we tijdens het wachten wat stiller moesten zijn. Ik ben er trots op te melden dat ik in mijn hele schoolcarrière slechts eenmaal in het kantoor van de conrector ben geweest. Mijn mentor liet me daar weten geen heil in mijn schoolcarrière te zien en daarom het mentorschap overdroeg aan iemand die het wel wilde doen. Toen de conrector nog even moest benadrukken hoe blij ik moest zijn dat ze iemand bereid hadden gevonden mij in hun mentorgroep op te nemen besloot ik daar ter plekke dat ik klaar was met deze school.

 

Hoe het kantoor er uit zag weet ik niet meer. Ik weet alleen nog dat zestienjarige ik aan de ene kant van een bureau zat en aan de andere kant de conrector met achter hem mijn ex-mentor en de mentor die nooit mijn mentor werd. Voor mij is het geen toeval dat het verschil tussen de mentor en Dementor slechts een spatie is.


p.s. Wie graag eens foto's wil zien kan googelen op Churchilllaan Coevorden. appartement 43 staat/stond te koop en bestaat uit de lokalen klassieke talen, het kantoor van de conrectoren en het grote lokaal bovenaan de trap.

 

 

dinsdag 29 juni 2021

#WOT deel 25, 2021


Soms lijkt dit blog wel een openbare biechtstoel. Geregeld biecht ik hier kleine en wat grotere zonden op. En ook vandaag heb ik er weer één op te biechten. Geen heel grote. Ook geen wereldschokkende maar toch wel een beetje een zonde. Ik ben een verzamelaar.

 

Nu dat openbaar is en iedereen weer een beetje bekomen is van de schok wil ik het hebben over het type verzamelaar wat ik ben. Ik vind mijzelf namelijk geen heel typische verzamelaar. Ik heb geen album vol Flippo’s, geen knijpbeestjes( een rage uit mijn tienertijd), geen geurgummetjes, geen beanie babies en ook geen Mc Donalds speeltjes. Ook zal je in mijn huiskamer geen vitrinekast vol snuisterijtjes of miniatuurtjes van zilver of swarovskiglas vinden. Ik ben meer van de verborgen verzamelingen.

 

Zo heb ik boven een kamer waar je je benen kan breken over dozen met garen. Allerlei soorten en kleuren staan er een soort van gesorteerd iedereen in de weg te staan. Langs de muur staan ikeakasten vol met patroonbladen, haakboeken en knutselpakketten. Langs de andere muur een boekenkast vol boeken waar ik geen afstand van kan of wil nemen en daarnaast een kast vol lappen stof.

Mijn naaidozen puilen uit van het naaigaren, knopen, ritsen, klittenband en andere fournituren. Met de applicaties die ik heb kan ik minstens vier spijkerjacks versieren. En ik heb veiligheidsoogjes genoeg om drie kleuterklassen van gehaakte knuffels te voorzien. Kortom ik heb een flinke voorraad.

 

Voorraad = 1) Assortiment 2) Foerage 3) Goederenvoorraad 4) Hetgeen voorhanden is 5) Hoeveelheid 6) Leeftocht 7) Magazijngoederen 8) Portefeuille 9) Proviand 10) Reserve.

 

 

 

Nu zijn er mensen die zich afvragen of ik nu niet een verzameling vergeet. Nee, dat doe ik niet. Dat is er één waar ik het liever niet te veel over heb. Niet dat ik me er voor schaam maar misschien soms toch wel een beetje.


Oké, komt ie. Ik heb een enorme verzameling jurken. En tot groot verdriet van sommigen blijft de collectie stug doorgroeien. Ik heb jurken in alle soorten en maten. Kort en lang. Zomers en winters. Korte mouw, lange mouw, driekwartmouw, geen mouw. Te groot en te klein. Effen, met bloemen, met strepen, met vogeltjes, met schoenen. Swingjurk, rockabillyjurk, rock-n-rolljurk, nette jurk, flaneerjurk, overgooier, hobbezak, overslagjurk, arizona icetea jurk, merkjurken en non-merkjurken. Je kunt het zo gek niet bedenken of het hangt bij mij in de kast. Ik kan voor elke gelegenheid een jurk uit mijn voorraad plukken.

Eigenlijk puilt mijn kast uit van de jurken. En eigenlijk heeft manlief best nog wel een beetje plek over. Misschien kan ik er daar wel wat hangen. Al ben ik bang dat manlief daar de jurkengrens trekt.

 


zaterdag 26 juni 2021

#wot deel 24, 2021

 

Reislustig is geen eigenschap die mij snel toegedicht zal worden. En terecht. Ik ben erg graag op mijn eigen plekje en zie vaak weinig noodzaak buiten mijn cirkeltje te reizen.

Misschien maakt dat mijn ontwikkeling wat beperkt. Mijn kennis over andere culturen, steden en gebieden komt voornamelijk uit boeken en online artikelen. Het is namelijk niet zo dat andere landen of streken mij niet interesseren, ik voel alleen zeer weinig behoefte ernaartoe te gaan.

 

Reizen = 1) Een reis ondernemen 2) Een tocht maken 3) Forenzen 4) Onderweg zijn 5) Rondreizen 6) Toeren 7) Trekken 8) Zich verplaatsen 9) Zwerven

 

Hoewel ik echt niet op stel en sprong vertrek zijn er wel aan aantal plekken die me verlokken van honk te gaan. Zo wil ik al sinds mijn middelbareschooltijd een reis maken van Troje naar Sparta, Athene, Napels, Pompeï, Rome en Florence. En dan met de trein en boot. Lijkt me werelds. En slopend, maar daarom wil ik er ook genoeg tijd voor kunnen uittrekken. Of het in gedeeltes doen, maar net wat handiger en verstandiger is.

De andere kant van Europa trekt ook. De fjorden van Noorwegen, de leegte van de Zweedse vlaktes, midzomer boven poolcirkel, de meren van Finland.

 

Hoewel de nieuwsgierigheid groot is weet ik niet of ik daadwerkelijk ooit naar deze bestemmingen afreis. Heimwee blijft toch altijd een dingetje. Voorlopig houd ik het dus lekker bij rondscharrelen in mijn eigen huissie met af en toe een uitstapje naar een sauna of een klein dorpje in Groningen. Of de grachten van Hollands Venetië. Of de fietspaden van zuidwest Drenthe. Ik denk niet dat ik er minder gelukkig van word.

vrijdag 18 juni 2021

#wot deel 23, 2021

 Eén van de bijverschijnselen van chronisch ziek zijn is dat mijn energievoorraad nooit optimaal is. In de loop der jaren heb ik dat heel aardig weten te managen. Ik was me er van bewust dat kiezen voor het één inhield dat ik voor het ander geen puf meer over zou hebben. 

Het goed managen van mijn energie kwam goed van pas toen we kinderen kregen. Het heeft me door behoorlijk pittige perioden  heen geholpen. Het was niet eenvoudig en het ging zeker ook niet vanzelf en het tandvlees werd ook zeker meerdere malen ingezet als laatste redmiddel maar daar leerde ik nog scherper keuzes maken van.


Rond mijn hartinfarct liep mijn energievoorraad heel hard terug. Niet raar natuurlijk als je hart zo hard moet werken om de boel aan de gang te houden. Ook de periode erna bleef vermoeidheid een grote rol spelen. Vaak was ik nog vermoeider van het moe zijn dan van het daadwerkelijk iets gedaan hebben. Want hoewel er nog meer verklaringen en oorzaken werden gevonden en bestreden bleef de vermoeidheidme parten spelen.

Als klap op de vuurpijl zakte ik mentaal door mijn hoeven. Ik vond het leven niet echt leuk meer, moest veel huilen en kon mijn eigen positieve instelling niet geloven, waarderen of volhouden.


Doel = 1) Ambitie 2) Aspiratie 3) 4) Beogen 5) Bestemming 6) Buut 7) Deel van een voetbalveld 8) Destinatie 9) Eindpunt 10) Goal 11) Ideaal 12) Iets waarnaar wordt gestreefd.


In de hypnotherapie die ik ging volgen werd me duidelijk dat ik heel hard mijn best deed mezelf te zijn maar tegelijkertijd heel ver uit de buurt van mezelf wilde blijven. Alsof ik bang was voor wie ik ben en wat ik zou kunnen zijn. Alsof ik niet mijn potentieel optimaal benutte en dus mezelf zou teleurstellen. En geloof het of niet dat deed ik al. 

Vol enthousiasme stortte ik me op doelen waarvan ik hoopte dat ze mijn behoeften zouden bevredigen. Ik wilde een opleiding en werk. Want ik wilde financieel bijdragen aan ons gezin en onze toekomst. Ik wilde nuttig zijn en daadwerkelijk iets van de last van manliefs schouders nemen (trouwens nooit gevraagd of hij die last zo ervoer en zou willen delen) Ik moest gewoon mezelf eens flink aanpakken, niet zo lui en afwachtend zijn, maar eens wat nuttigs gaan doen.


Toen bleek er in het bedrijfsleven niemand te zitten wachten op een 45-plusser zonder opleiding of relevante of recente werkervaring. De enige twee sectoren die mensen zoals ik wilden hebben waren de twee sectoren waarvan ik zeker wist dat ik het absoluut niet kon of zou willen. De put waar ik net een beetje uit kwam opende zich opnieuw. Ik moest echt iets ondernemen om daar uit de buurt te blijven. 


Ik besloot mij eens te oriënteren op vrijwilligerswerk en vond een erg leuke plek in de bibliotheek. Vanaf dag één voel ik me er op mijn plek. Ik vind de werkzaamheden leuk, heb leuke collega's, heb sociale contacten, voel me nuttig en gewaardeerd. en vooral voel ik mij gezien als Cindy, een vrouw met kwaliteiten. (En wat minpunten maar die nemen we voor lief).


Sinds ik vrijwilligerswerk doe in de bibliotheek voel ik mijn  energie weer toenemen. Ik heb weer zin in het leven. Ik wil weer dingen ondernemen. Ik ben zelfs weer gaan sporten en zwemmen, dingen die ook absoluut helpen bij het toenemen van mijn energie. Er is zelfs weer ruimte in mijn hoofd om meerdere dingen op een dag te plannen.


Hypnotherapie was de eerste stap weg van de hoe-ik-zou-moeten-zijn-versie van mezelf, een plek waar ik me als een vis in het water voel hielp me daadwerkelijk mezelf te zijn. En dat is toch mijn uiteindelijke doel, tevreden en oprecht mezelf zijn

maandag 14 juni 2021

#WOT deel 22, 2021

Het is geen geheim dat ik geen echte zonaanbidder ben. Ik verbrand snel, heb snel last van hoofdpijn bij veel zon en heb ook last van andere warmtekwaaltjes als dikke voeten, slecht slapen, zwaarder ademen en weinig energie. Ik sta dus niet te juichen bij weersvooruitzichten met temperaturen boven de vijfentwintig graden.


Ik pleit al jaren voor een gematigde zomer. Zo één die in april begint met temperaturen rond de achttien graden en dan langzaam opbouwt tot een stabiel zomerweer voor juni, juli, augustus met temperaturen tussen de tweëntwintig en vijfentwintig graden. 's Nachts een buitje voor het waterpeil , de boer en de tuin. En dan de volgende dag weer een mooie blauwe luch met wat schaapjeswolken. Heerlijk.


Was het maar zo eenvoudig. Vul een wensenkaart in en krijg het weer wat bij jou past. Dat gaat in ons kikkerlandje nooit lukken. Ons meest gedeelde eigenschap lijkt wel te zijn dat we het nooit met elkaar eens kunnen zijn dus zal ook het weer wel tot grote donderbuien leiden.


Zon = 1) Blijdschap 2) Brandende bol 3) Bron van energie 4) Dagelijkse gast 5) Daggesternte 6) Energiebron 7) Felle lichtbron 8) Helios 9) Hemellichaam 10) Koperen ploert 11) Lichtbron


donderdag 10 juni 2021

#WOT deel 21, 2021

 Mijn laptop zal momenteel acht of negen jaar oud zijn. Toen ik hem kocht was het geen topmodelletje maar hij voldeed meer dan aan mijn eisen. Hij startte lekker snel op, ik had een behoorlijke opslagruimte en ik had eindelijk een officieel officepakket om kijn blogs in te schrijven. Voor mij was het een topmachientje.


Helaas is acht, negen jaar redelijk intensief gebruik het apparaat niet in de koude kleren gaan zitten. Er zit heir en daar wat ruis in wat programma's. Er is van alles toegevoegd en her en der wat verwijderd. Programma's zijn geüpdate, besturingsprogramma's geüpgraded en office was vervangen door een nog mooiere versie uit een pakket van school.


Slijtage = 1) Achteruitgang 2) Afslijting 3) Aftakeling 4) Gebruikssporen 5) Kwaliteitsvermindering door gebruik 6) Sleet 7) Slijting 8) Slijtplek 9) Kapot gaan door gebruik.


Een paar maanden geleden werd het einde van mijn laptop ingezet. Eén van mijn kinderen kreeg het voor elkaar om colaspatten terecht te laten komen op mijn toetsenbord. Geen water, geen koffie of thee, nee,vieze, zoete, nare, roestverwijderende cola. Ondanks een onmiddelijke reddingspoging was het leed geleden. Mijn numpad werkt grotendeels niet meer, de enterknop boven de shift geeft geen sjoege meer, de conventionele 9 hapert en een deel van de functietoetsen zitten er enkel nog voor de sier. Maar het typt nog. Niet van harte maar het typt. Als mijn typjuf me zou zien zitten typen zou ze spontaan een hartverzakking krijgen!


Bovenop deze hardware-ellende kwam afgelopen maand nog een dreun. Mijn officepakket werd niet langer ondersteund. Helaas heb ik mijn oude softwarepakket moeten verwijderen omdat hij steeds overhoop lag met de nieuwe waardoor ik plots geen Word meer had. Wat voelde ik em vreselijk onthand. Net mezelf weer een beetje aan het bloggen gezet, loop ik tegen materiaalpech op. 

Natuurlijk zou ik een nieuw officepakket kunnen aanschaffen maar die pakketjes kosten geen kattenpis. Dus het liefst zou ik deze dan in combinatie met een nieuwe laptop willen kopen. Klinkt simpel maar is het helaas niet. 

Het tekort aan chips is best duidelijk te zien als je op zoek gaat naar een nieuwe laptop.Top off the bill is wel verkrijgbaar maar een beetje leuk middle of the road laptoppie (één die aan mijn eisen en die van de portemonnee voldoet) is nauwelijks leverbaar.

Voorlopig moet ik dus nog even met mijn ouwe getrouwe doen. We kennen elkaars mankementen onderhand zo goed dat we het best nog even samen rooien. Alleen dat bloggen he. Ik kon het niet verkroppen dat dat weer volledig op zn gat kwam te liggen. 


Het heeft tot een paar dagen geleden geduurd voor mijn middelste zoon me wees op het bestaan van Wordpad, een zeer kale versie van Word. Zo kan ik toch mijn blogjes typen. Beetje jammer dat hij dat een maand geleden niet kan vertellen.




dinsdag 25 mei 2021

#wot deel 20, 2021

Een aantal jaren was ik een soort van stiekeme genieter. In mijn uppie op de bank met twitter en facebook om me gezelschap te houden enorm genieten van het circus wat eurovisie songfestival is. En om het feest dan helemaal compleet te krijgen keek ik de finale op het kanaal van de BBC. Voor mij is het commentaar van Graham Norton de absolute top. Hoe leuk, grappig en vilein ieder ander ook probeert te zijn, Graham weet ze te overtreffen. 

Sinds vorige keer ben ik niet meer alleen in ons gezin. Jongste haakte aan bij de tweede halve finale en haakte pas na de finale weer af, licht teleurgesteld dat het hele festijn er weer voor een jaar op zat. 

We moesten er nog even een jaartje extra op wachten maar dat drukte de pret niet. Helemaal niet toen bekend werd dat één van haar voorbeelden, Nikki de Jager van Nikkie Tutorials werd toegevoegd aan het presentatieteam. 

We genoten volop van de jurken van de dames, de pakken van Jan, de zilveren 'jurkjes' van diverse deelnemers, het verstaanbare Engels van de presentatoren, de lichtshow, de special effects, de aankondigingsfilmpjes, de pauze-acts en oja, ook van de liedjes. En ik had mazzel, omdat jongste zondagmorgen onchristelijk vroeg moest werken heb ik de hele finaleshow zondagmiddag opnieuw mogen kijken. Heel pijnlijk om een van mijn favorieten (Portugal) opnieuw vreselijk weinig punten te zien krijgen. Erg fijn om twee andere favorieten nummer één en twee te zien worden. 

Het nadeel van twee keer de finale kijken? Ik zing nog steeds de hele dag de huppelkutliedjes. Want die zijn in mijn hoofd blijven hangen.

Zingen = 1) Met de stem muziek voortbrengen 2) Dierengeluid 3) Fluiten 4) Galmen 5) Jodelen 6) Kerkelijke handeling 7) Kwelen 8) Kwinkeleren 9) Musiceren met de menselijke stem

donderdag 13 mei 2021

#wot deel 17, 2021

 

Enige jaren geleden volgde ik een oudercursus over de methode die de school van twee van mijn kinderen gebruikte voor de sociaalemotionele ontwikkeling. Een erg interessante methode waar ik meerdere handvatten kreeg mijn kinderen te ondersteunen.

Op één van de cursusdagen gingen we dieper in op het geven van complimenten. Hoe kon je dit doen. Wat voor complimenten kon je geven. En hoe vaak doe je dit eigenlijk.

 

Wat mij toen al opviel en wat me nog steeds enigszins frappeert is dat een aantal behoorlijk intelligente mensen hun kinderen nooit vertelden dat ze er mooi uit zagen, of een leuke broek aan hadden, of zo goed zelf hun haar hadden gekamd. Hun argument was dat dit oppervlakkigheden waren en daar gaf je geen complimenten voor. Complimenten gaf je voor inzet, goede eigenschappen en goede resultaten. Dat ze hierbij volledig voorbij gingen aan het niveau van hun kind was iets wat ze niet konden of wilden begrijpen.

 

Wie ooit een complimentenlijst van schoolgaande kinderen onder ogen heeft gekregen zal weten dat het een compliment is als iemand je oranje pen mooi vindt. Of dat je stoere stekels hebt. Of mooie nieuwe schoenen. Complimenten vooral gericht op uiterlijk en bezit.

En laten we eerlijk zijn. Dat zijn de complimenten die we als volwassenen uitgeven ook vaak. “Wat een leuke schoenen!”, ”He, wat zit je haar leuk”, “Mooie auto, Nieuw?”. Maar zelden zeggen we dat iemand zo ontzettend goed is in het schrijven van rapporten. Of prima aanvoelt wanneer iemand behoefte heeft aan koffie. Of zich fantastisch inzet om gestelde doelen te behalen.

 

Maar waar deze mensen voor mijn gevoel het hardst aan voorbij gingen is het feit dat we onze mening over iemand grotendeels baseren op de eerste indruk die iemand ons geeft. En deze indruk is nou eenmaal een stuk beter als iemand er verzorgd uitziet.

Dus oppervlakkig als ik ben, wat zien jullie er allemaal geweldig uit vandaag! Om door een ringetje te halen zo goed.

 

Compliment = 1) Aanbeveling 2) Beleefdheidsbetuiging 3) Galanterie 4) Gelukwens 5) Lofuiting 6) Pluim 7) Schouderklopje 8) Uiting van bewondering 9) Woord van lof

woensdag 28 april 2021

#wot deel 16, 2021

 

Al een tijdje voel ik me minder fit. Geen echt grote issues, alleen behoorlijk vermoeid snel hoofdpijn, geregeld wat licht in het hoofd. Gewoon wat minder fit. Maar toen manlief mij er op wees dat ik wel erg zwaar ademde en ik zeer kortademig klonk werd het tijd voor een bezoekje aan de teststraat. De test was negatief dus rees de vraag waar mijn klachten dan vandaan zouden komen. Een bezoek aan de huisarts werd gepland.

 

De huisarts vond het verstandig een aantal zaken te onderzoeken om wat zaken uit te kunnen sluiten. De saturatie werd gemeten evenals de bloeddruk. Er mocht bloed worden geprikt om de diverse waarden weer eens te bekijken. En er werd een ecg (hartfilmpje) gemaakt.

De eerste uitslagen wezen niet op een probleem met de longen. Ook het ecg gaf geen aanleiding tot onrust. De bloeddruk en de hoeveelheid vocht in mijn voeten en enkels wel. In overleg werd ik daarom verwezen naar de cardioloog en een hartecho.

Om een lang verhaal voor nu even af te ronden. Tot nu toe staat vast dat ik geen vocht in de longen heb, geen afwijkende hartecho, een goed ecg, geen longontsteking en prima bloedwaarden. Waar de klachten dan wel vandaan komen wordt verder bekeken.

 

Cijfers = 1) Getal 2) Schoolprestaties (in een rapport of cijferlijst)

 

Ik ben niet echt van de cijfertjes, maar die getallen binnen de gezondheidszorg intrigeren mij mateloos.

Het moment dat ik de uitslag van het bloedonderzoek binnen heb open ik op internet de tabbladen met tabellen en cijfers. Ik kijk wat de als normaal geldende waarden zijn, vergelijk ze met die van mezelf en zoek op welke betekenis hieraan gegeven kan worden in combinatie met mijn symptomen.

Inderdaad, zelf dokteren tot na de komma. Maar nooit zover dat ik het denk beter te weten dan de arts. Hooguit zover dat ik snap waarom ze iets wel of niet goed vinden.

Deze diagnostische kant van de geneeskunde heb ik altijd al interessant gevonden. Het optellen van symptomen. Het onderzoeken van vermoedens. En deze informatie dan herleiden tot een conclusie en mogelijke behandelwijze leek me zeer interessant. Helaas hield de cijfermatige kant van de Natuurkunde me van een succesvolle vwo-carrière waardoor ik al vroeg afscheid moest nemen van mijn kans op een studie geneeskunde. Maar de fascinatie voor de cijfers in de onderzoeken is niet meer weggegaan.

 

woensdag 21 april 2021

#wot deel 15, 2021

 

Eerlijk is eerlijk, ik ben best wel een taalsnob. Ik heb een uitgebreide woordenschat, draai mijn hand niet om voor grammatica en ben altijd redelijk goed geweest in spelling. Zoals vaker als iets je makkelijk afgaat kon ik niet begrijpen wat mensen nou zo moeilijk vonden aan spelling. Oké, dyslexie is een zeer goede reden maar waarom deden mensen zonder dyslexie het toch zo vaak fout? Zo moeilijk was het toch allemaal niet? En toen leerden mijn kinderen lezen en schrijven.

 

De oudste was en is een boekenwurm. Hij leest graag, heeft heel veel gelezen en leest nog geregeld. Hij is een van die personen die een trein in kan stappen, een boek pakken, lezen en tien minuten later het boek weer in zijn tas stoppen omdat hij op de plaats van bestemming is.

Omdat hij altijd een boekenwurm is geweest verwachtte ik min of meer dat het spellen vanzelf zou gaan. Wat een misrekening. Grammaticaal kloppen zijn verslagen altijd helemaal. Ook qua woordenschat zijn ze dik in orde. Maar die werkwoordspelling, wat een drama! En ik snapte maar niet waarom het zo’n drama was. Hij leek de regels te kennen. Hij wist wat een stam was. Hij wist ’t kofschip juist te gebruiken. Hij kende het smurfentrucje. Hij wist zelfs dat je een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord zo kort mogelijk schrijft. En toch ging hij iedere keer de mist in.

Na veel vijven en zessen besefte ik dat het probleem niet was dat hij de spellingsregels niet kende maar dat hij geen enkel idee had wanneer hij welke regel moest toepassen. En ik heb geen enkel idee hoe ik iets voor mij zo vanzelfsprekend moet uitleggen.

 

Bij de middelste waren de verwachtingen wat minder hoog. AL vanaf het eerste leesboekje was duidelijk dat hij geen talent voor taal had. Hoewel zijn woordenschat wel behoorlijk is heeft hij moeite de woorden die hij veelvuldig gebruikt te lezen en schrijven. Het was dan ook geen verrassing dat hij dyslectisch bleek. Bijzonder is dat hij juist wel heel goed is in werkwoordspelling. Het volgen van de juiste spelregel gaat hem heel makkelijk af. Volgens hem is dat zo ongeveer het enige wat logisch is aan onze taal.

 

Onze derde kind is niet echt slecht in taal. Maar het is in het omzetten van gesproken taal naar geschreven taal geen hoogvlieger. Ook haar fantasie op papier zetten lukt niet heel erg. Waar oudste hele verhalen schrijft voor Dungeons and Dragons, verslagen neertikt alsof het niks kost en presentaties zonder moeite in elkaar draait, kost dit haar juist veel moeite. Dat blijft bevreemden want voor de rest is zij veruit het meest creatief. Tekenen, gitaar spelen, kleding maken, hout bewerken, nergens draait ze haar hand voor om. Maar vraag haar niet even haar ideeën op te schrijven want dan loopt ze helemaal vast. Haar spelling is dan wel weer heel behoorlijk.

 

 

Drie kinderen maakten mij duidelijk dat spelling een stuk minder logisch en rechtlijnig is dan ik altijd dacht. Eigenlijk liet het mij vooral zien dat alles wat je makkelijk afgaat simpel lijkt, maar het helemaal niet hoeft te zijn.

donderdag 15 april 2021

#wot deel 14, 2021

 

Toen ik acht jaar geleden stopte met roken kwam er van alles tevoorschijn wat ik altijd achter een rookscherm had verstopt. Vooral emoties en kwaaltjes maakten het stoppen erg lastig maar waar ik nog het meest moeite mee had was de lichamelijke onrust die de kop opstak.

Natuurlijk weet ik best dat het niet iets is wat spontaan was ontstaan. Als ik heel eerlijk en had ik altijd al lichamelijke onrust. Stil zitten had nog nooit in mijn boekje gestaan. Maar net zoals roken mij hielp mijn geestelijke wanorde te ordenen, deed het dit ook met de fysieke uitingen van onrust. Het gaf mijn handen wat te doen.

 

Omdat ik toch echt nooit meer wilde roken ging ik op zoek naar andere manieren om om te gaan met geestelijke en fysieke onrust. Ik kreeg het advies om te gaan handwerken.

Wie mij toentertijd kende zal vast net zo hebben gegniffeld als ik dat zelf deed. Handwerken was een woord wat niet in mijn woordenboek voorkwam. Het paste totaal niet in mijn straatje. Handwerken stond voor mij voor priegelwerk waar je geduld en concentratie voor moet hebben, geen van tweeën deugden die ik mijzelf toedichtte. Toch maakte het iets in mij wakker.

 

Haken = 1) Blijven vastzitten 2) Grond met de haak bewerken 3) Handwerken 4) Handwerktechniek 5) Haperen 6) Laten struikelen 7) Naaldwerken 8) Nieten 9) Onderuithalen

 

Jarenlang had ik de wens te kunnen haken en breien. Ik had ooit wel eens de basis geleerd maar was nooit verder gekomen. Deels door gebrek aan geduld maar ook door een gebrek aan een leermeester. Mijn moeder kon zeker wel goed haken en breien maar omdat zij links is en ik rechts raakten we allebei alleen maar vreselijk in de war en gefrustreerd als ze mij iets probeerde uit te leggen.

Ik had ook een oma die zeer goed kon breien en haken maar die zag het niet zitten mij dit bij te brengen. Daar was ik te druk en ongedurig voor.

 

Gelukkig hebben we tegenwoordig internet. Met wat zoeken, veel lezen en nog meer oefenen had ik het halen redelijk onder de knie. En ik vond en vind het een heerlijke bezigheid. Het houdt mijn handen bezig. Het ordent mijn hoofd. En ik houd er nog leuke dingen aan over ook!

Het allerliefst haak ik sjaals, omslagdoeken en poncho’s. Fijne projecten die ik goed kan overzien, die niet ellenlang duren en wat niet teveel gepriegel is.

 Niet dat ik niet kan priegelen, want ik maak ook geregeld knuffeltjes. En het is ook niet zo dat het allemaal snel klaar moet zijn want ook dekens halen vind ik erg leuk. De knuffels en dekens hebben alleen wel eens last van zingebrek. Dan kan ik mij er niet toe zetten er verder aan te werken of het af te maken of in elkaar te zetten. Dekens en knuffels lopen het risico erg lang te kunnen liggen voor ze eindelijk eens af zijn. Daar heb ik bij sjaals veel minder last van.

 

Maar het allerfijnste van haken vind ik dat het me heeft geholpen in een tijd dat ik het nodig had me ergens op te storten wat mijn volledige aandacht nodig had en mij goed bezig hield. Mede door het halen is mijn stoppoging succesvol geweest.

vrijdag 2 april 2021

#wot deel 14, 2021

 

Afgelopen woensdag was het Transgender day of visibility. Donderdag was het 20 jaar geleden dat het burgerlijk huwelijk werd opengesteld voor paren van het gelijke geslacht. Twee dagen die in mijn kleine bubbel om een feestje vragen. Twee dagen om zichtbaarheid, acceptatie en normalisering vieren. Maar ik was even wat minder slim en las de reacties op sociale media over deze twee bijzondere dagen. Sindsdien weent mijn moederhart.

Het huilt om het onbegrip, de vuilspuiterij, de intolerantie en de ongefundeerde oordelen die ik lees. Het huilt voor mijn kind dat er zoveel haat leeft voor iemand als zij bij mensen die haar niet kennen. Tegelijkertijd ben ik een beetje jaloers op deze mensen. Vooral op hun onwetendheid.

 

Deze mensen hebben hun kind niet zien vechten met zichzelf. Hun kleuter is nooit uitgescholden voor vuile homo, waardoor het woord homo als iets negatiefs wordt ervaren want het is toch vies?

Ze hebben hun kind nooit overstuur thuis gehad omdat kinderen op school zeggen dat een roze shirt niet voor echte jongens is.

Ze hebben nooit meegemaakt dat ze haar lievelingsbroek niet meer aan durft omdat er een roze streepje in zit en dan word ze uitgescholden voor mietje.

Dat ze op ballet te horen krijgen dat ze best mee mogen doen maar niet in een balletpakje zoals alle andere kinderen in de les.

Dat ze van ballet afgaan omdat de meisjes uit de les het zo lastig vinden dat er een jongen mee wil doen.

Dat ze van wildvreemden te horen krijgen dat zo’n elfenjurkje echt prachtig is maar toch niets voor een echte jongen.

Dat mensen het fantastisch vinden dat je een speelkeukentje in je woonkamer hebt tot ze horen dat je enkel zonen hebt.

Deze mensen hebben nog nooit de wanhoop in hun kind gezien omdat ze voor het eerst verliefd zijn geworden op iemand van het eigen geslacht. Ze hebben niet de vertwijfeling gezien toen ze erachter kwamen dat ze ook vallen op mensen van het andere geslacht.

Deze mensen hebben nog nooit moeten toekijken terwijl hun kind worstelde met zichzelf, met zijn/haar lijf, met de genderverwachtingen bij opleidingskeuze, bij de kledingkeuze of haarstijl en hobby’s.

 

Als ouder probeer ik mijn kind elke dag opnieuw mee te geven dat het er mag zijn. Dat het mag zijn wie het is. Dat het niet uitmaakt op wie het wel of niet verliefd wordt. Dat het kind zelf niet is veranderd, enkel het geslacht en dat ik blij ben dat ze meer en meer zichzelf wordt.

 

Als moeder houd ik mijn hart vast want we maken al 16 jaar mee dat Nederland niet zo tolerant is als ze zelf denken. Homohaat is nog steeds aanwezig en echt niet alleen in religieuze hoek. Ik heb vaak genoeg mogen horen dat het “vast nog wel goed komt ondanks dat ie nu zo’n voorkeur heeft voor meisjesdingen”.

Als moeder vind ik het extreem dapper en extreem eng dat ze nu als meisje over straat loopt. Ze zal maar de verkeerde tegenkomen die haar herkent.

Als moeder ben ik bang voor de toekomst waarin baanzekerheid, woongenot, arbeidsplezier en basisveiligheid volgens statistieken minder vanzelfsprekend zijn.

Als moeder vrees ik genderdysforie, depressie, automutilatie en suïcidale gedachten.

 

Als mens ben ik boos. Boos dat ik denk ”Jullie hebben makkelijk lullen.”. Boos dat mensen dit over mijn kind durven te denken. Boos dat deze mensen mijn prachtige, kwetsbare kind als een bedreiging zien. Nog bozer dat ze hun vuiligheid met droge ogen durven optikken. Boos dat het land waar ik opgroeide zichzelf zo op de borst klopt over homoacceptatie, tolerantie en emancipatie, terwijl datzelfde land makelaars heeft die heen woning verhuren aan homostellen. Een land dat contracten niet verlengd omdat iemand er achter is gekomen dat het kruisje bij gender niet overeenkomst met hoe de persoon eruit ziet. Een land dat vind dat mensen mogen zijn wie ze zijn als ze dat maar niet in het openbaar doen.

Ik ben boos dat deze mensen mijn kind afschilderen als iets vies, iets fouts, iets monsterlijks. Want mijn kind is geen freakshow. Mijn kind is een prachtig mens. Een gevoelige ziel. Een loyale vriend. Een liefdevol kind. Een prima werkkracht. Een pientere stagiaire. Een intelligente leerling. En af en toe een vreselijke puber.

 

Ik ben niet dapper en dus reageer ik niet op de mensonterende reacties van dit soort mensen. Ik ben niet dapper dus ik schreeuw mijn onmacht niet uit. Ik ben niet dapper daarom huil ik niet hardop.

Maar mijn hart weent zachtjes voor al het verdriet, het onrecht en de ongelijkheid waar alle mensen die zich onder de regenboogvlag scharen dag in, dag uit mee worden geconfronteerd.

 

Wenen = 1) Europese hoofdstad 2) Huilen 3) Janken 4) Krijten 5) Oostenrijkse hoofdstad 6) Schreien 7) Snikken 8) Grienen.


P.S. ons jongste kind is transvrouw wat inhoudt dat ze als jongen/man geboren is maar zich meisje/vrouw voelt. Momenteel staat ze op de wachtlijst voor ondersteuning vanuit een erkende psychologenpraktijk. De huidige wachtlijst is ongeveer 24 weken. De wachttijd voor de genderpoli bedraagt momenteel meer dan 2 jaar (bron:UMCG)

 

 

woensdag 24 maart 2021

#wot deel 11, 2021

 

Herhaling = 1) Bis 2) Doublure 3) Herhaaloefening 4) Heruitzending 5) Het nogmaals doen 6) Recidive 7) Repetitie 8) Reprise 9) Reproductie

 

Mijn brein is eigenlijk altijd vrij snel verveeld geweest. Het had veel prikkels nodig om tevreden te blijven. Deze prikkels bestonden bij voorkeur uit nieuwe informatie. Dingen om me over te verbazen, mijn hersens aan de slag te zetten, dingen die emotie oproepen. Vrij stevige prikkels. Hoe steviger hoe liever ik het had.

Alles om het brein bezig te houden zodat de rusteloosheid die erin huisde geen kans kreeg.

 

Buiten dit overactieve brein beschikte ik ook over een ijzeren geheugen. Ik vermoed dat een olifant jaloers zou kunnen zijn op welke informatie er allemaal in mijn geheugen zat opgeslagen. Het is geen fotografisch geheugen, meer een filmisch of verhalend geheugen. Van een flinter informatie kan ik herleiden wat er voor gebeurde, wat het gevolg was en hoe deze gebeurtenis eindigde. Erg handig als je op zoek bent naar een naam bij een gezicht. Of waar je iemand van kent of hoe een gesprek ook alweer was verlopen.

Best heel handig als je vervolggesprekken voert. Of klantencontact onderhoud. Of een rapport of verslag moet schrijven. Er zitten ook wat nadelen aan.

 

Zo kon ik bij een scene in een film direct zien of ik de film al eens had gezien, wie de hoofdrolspelers waren, wat het plot was en hoe het afliep. Zo ook met series en boeken. En het moment dat deze informatie zich in mijn hoofd ontvouwde was mijn interesse weg.

Helaas gold dit ook voor schoolwerk. Het was een drama om iets te alten inslijten door herhaling. Rijtjes stampen, woordjes leren, mijn hoofd zag wat bekends en ging meteen dwalen, want herkenning is herhaling is geen nieuwe prikkel is saai.

 

Het zal misschien zijn opgevallen dat ik in de verleden tijd schrijf. Dat is niet per ongeluk. Dat is omdat er iets is veranderd. Of het komt door de leeftijd of dat het toch een nasleep is van het hartinfarct durf ik niet te zeggen maar tegenwoordig kan ik enorm genieten van herhalingen. Detectiveseries kijk ik opnieuw. Boeken herlees ik. En ook films kijk ik opnieuw.

Ik merk namelijk dat er veel details zijn verdwenen. Waar ik vroeger met allerlei kronkels, verwijspijltjes en aandachtsstreepjes alle details weer helder had merk ik dat ze nu wat vaag en kleurloos blijven. Ik merk ook dat ik het zelfs leuk vind de helderheid weer terug te brengen door herhaling. Even weer precies weten welk motief iemand zou kunnen hebben om verdacht te kunnen worden. Exact weten waar op de route Frodo en Sam Gollum ontmoetten. Opnieuw ontdekken hoe briljant de quote van Terry Pratchett in dat ene boek is. Een film kunnen kijken met manlief zonder halverwege al te weten hoe het verder loopt en wat nou eigenlijk het plot is.

 

Ik vind het vaak erg vervelend vind dat mijn geheugen niet meer zo’n onuitputtelijk bron van verhaallijnen, gesprekken, familiedetails, historische gebeurtenissen en quotes is. Er zit toch wel een groot voordeel aan. Mijn hoofd vraagt minder om prikkels. Sterker nog, het wordt doodmoe van. Ik raak zelfs snel overprikkeld. En niets werkt beter daartegen dan herhaling, herhaling, herhaling.

dinsdag 16 maart 2021

#wot deel 10, 2021

 

Menu = 1) spijskaart, 2) opgave van gerechten, 3) lijst van keuzemogelijkheden op een computer

 

Een paar jaar geleden ging het niet zo goed met me. Jarenlang was ik mezelf voorbij gelopen. Hoeveel er ook op mijn bord terecht kwam, ik zette mijn schouders eronder om er het beste van te maken.

Zorg voor de kinderen? Ik belde, mailde en overlegde me suf om het zo goed mogelijk voor elkaar te hebben. Hartinfarct? Dotteren, medicatie, revalideren en weer door. Astmatisch? Medicatie, behandeling en weer door. Manlief overspannen? Stapje extra tot het weer beter gaat en weer door. Slaapapneu? Even balen, cpap-machine en weer door. En inderdaad, alle praktische zaken liepen op rolletjes.

 

Diep van binnen wist ik wel dat ik dingen parkeerde onder het mom van “het gaat nu goed, laten we er dan maar niet te lang bij stil staan.” Tot het moment dat dingen zich niet meer lieten parkeren. In mijn hoofd ging alles aan de wandel. Emoties van verschillende gebeurtenissen liepen door elkaar heen en versterkten elkaar. Gevoelens van verdriet, boosheid, verlies en onmacht gingen met me aan de haal. Ik dacht dat ik het allemaal wel aardig kon handelen tot ik mezelf huilend zag zitten bij de doktersassistente.

 

In de herstelperiode kreeg ik de opdracht eens kritisch te kijken of alle dingen die ik tijdrovend maar vanzelfsprekend vond wel zo vanzelfsprekend waren en zo tijdrovend hoefden te zijn.

Eén van de eerste dingen die op de schop ging was de manier waarop ik boodschappen deed. En daarmee ook de manier waarop ik kookte.

In plaats van elke dag bedenken wat we zouden gaan eten begon ik een meerdaagse planning te maken. Zo hoefden we maar twee keer per week boodschappen te doen. Hoewel het één keer per week best een uitdagende klus is om een weekmenu te bedenken en aanvullend een boodschappenlijst samen te stellen scheelde het tijd en gaf het veel rust. De kinderen vonden het heel prettig om duidelijk te hebben wat we wanneer gingen eten. Ik vond het prettig om niet iedere keer naar de supermarkt te hoeven. En als ik een keer niet thuis ben of wat later is bekend wat er gekookt kan worden en zijn (bijna altijd) alle ingrediënten aanwezig.

 

In coronatijd bleek het gewend zijn aan het maken van een meerdaagse menuplanning een prettig iets. De schakeling van twee keer per week naar de supermarkt en rond de feestdagen laten bezorgen naar een keer per week laten bezorgen verliep erg soepel. Zo soepel dat ik niet denk dat ik het na de lockdown anders ga doen.

 

woensdag 10 maart 2021

#Wot deel 9, 2021

 

De laatste dagen, weken, maanden lijkt de tijd wat te zijn gaan meanderen. Het kabbelt wat door, her en der uitwijkend voor een afspraak of gebeurtenis. De dagen rijgen zich ongestoord aan één. Het gevolg hiervan is dat ik zeer geregeld geen flauw idee heb wat voor dag het is. En een datum op een dag plakken lukt nog moeilijker.

Het is één van de bijzaken in het leven in pandemietijd, het wegvallen van structuur. Tel daar een continu ploegenrooster bij op en het overzicht op dag en tijd valt helemaal weg. Tenminste dat doet het bij mij.

 

Vergeten = 1) niet meer in je geheugen hebben, 2) het proces waardoor informatie in het geheugen verloren gaat, 3) niet doen terwijl je het eigenlijk wel moest doen, 4) niet meer weten

 

Het niet weten wat voor dag het is heeft een behoorlijke weerslag op mij. Hoewel we momenteel maar heel weinig dingen in de agenda hebben heb ik het Spaans benauwd dat ik iets vergeet. En dat uit zich dan weer in een ietwat ergerlijk trekje van me, controledrift.

Ik vraag minstens tien keer op een dag wat iedereen die dag moet, hoe laat de afspraken zijn en wie waar wanneer moet zijn. Vervelend voor de anderen, vermoeiend voor mezelf. Maar het lukt me maar niet om de verantwoordelijkheid opnieuw los te laten en ieder voor zich zijn eigen op te pakken. Daar zal de pandemie vast een rol inspelen.

 

Vandaag heb ik mijzelf trouwens bewezen dat het weten welke dag het is geen enkele garantie geeft over het wel of niet vergeten van dingen. Zo wist ik vanmorgen vroeg al dat het woensdag is want ik moest naar de tandarts. Dat vandaag dan ook de boodschappen worden bezorgd was me even totaal ontschoten. Bijzonder als je weet dat die al vanaf april vorig jaar op woensdagmorgen worden bezorgd.

Het zal het oude liedje wel weer zijn. Zo druk met alles onthouden dat de simpele dingen door de geheugenzeef vallen.

donderdag 25 februari 2021

#wot deel 8, 2021

 

Soms bekruipt mij het gevoel dat ik een beetje anders ben dan meeste mensen. En soms weet ik het zeker. In een tijd waarin zeer veel mensen zich helemaal overgeven aan wandelen of het maken van een ommetje probeer ik dat juist te voorkomen.

Ik houd best wel van wandelen. Ik mag graag een stukje gaan lopen met de hond. Lekker even naar het bos. Even de toerist uithangen in eigen omgeving of even uitwaaien tussen de weilanden rond het hier dichtbij gelegen kanaal. Maar nu even niet. Het is mij te druk.

 

Wat ik namelijk het allerlekkerste aan een rondje lopen is het gevoel van helemaal alleen op de wereld zijn. Even alleen mijn hond en ik en verder niets of niemand. Hooguit een voorbijganger of iemands rug in de verte. Het ultieme moment om mijn hoofd leeg te maken. Gewoon een beetje in gedachten verzonken door sjokken.

Ik neem ook bijna nooit iemand mee op dit soort wandelingen. Een tijdje wel gedaan maar later alleen als ik het idee had dat een van de kinderen behoefte had aan een beetje één op één tijd, maar anders had ik liever dat ze thuis bleven.

 

Kortom, ik ben geen sociale wandelaar. Hoewel ik zeker wel behoefte heb aan sociaal contact en ik wandelen erg prettig vind zie ik mezelf deze twee niet combineren. Dat is ook de reden dat ik ondanks veel getwijfel nooit ben meegegaan aan het wekelijkse wandelen van het buurthuis. Of meegegaan ben met een stadswandeling. Of diverse wandeltochten hier in de omgeving. En dat terwijl ik in een prachtige omgeving woon, ik best graag meer zou willen weten over de mooie stad waar ik woon en ik een soort van sociaal contact in de wijk ook best zou willen.

En soms vind ik dat best dom van mezelf. Waar is mijn innerlijke Pipi? Waarom geef ik het geen kans? Hoe erg kan zoiets nou zijn?

 

Dus heb ik besloten het sociaal wandelen een kans te geven. Aanstaande zondag wandel ik met manlief mee aan de Smaakwandeling hier in Meppel. Al moet ik toegeven dat de lekkere hapjes onderweg zeker hebben meegespeeld in de beslissing om de 5000 stappenroute te gaan volgen.

 

 

zondag 21 februari 2021

#wot deel 6, 2021

 

Al een paar keer eerder vertelde ik dat ik enorm veel van taal hou. Taal is zo ontzettend veelzijdig. Je kunt er verhalen mee maken. Het verwoordt emoties. Het geeft aanwijzingen. Het onderwijst. Het vermaakt. En dat alles met een alfabet en wat spellingsregels.

Iets wat taal mij ook brengt zijn herinneringen. Sommige zinnen zijn zo enorm verbonden aan mensen of gebeurtenissen dat ze meteen een herinnering boven brengen.

 

IJs en weder = 1) het vaste voorbehoud waaronder men hardrijderijen op schaatsen enz. uitschrijft 2) Als alles goed gaat 3) Als alles blijft zoals het nu is.

 

De uitspraak ‘IJs en weder dienende’ is voor mij onlosmakelijk verbonden aan mijn oma. Je kon geen afspraak met haar maken of het voorbehoud van ijs en weer werd gemaakt.

Als jong meisje vond ik dat verwarrend. ‘Wat nou ijs? Het is hartje zomer!’. Pas later ging ik begrijpen dat het haar vervanging was voor het in sommige kringen zeer veel gebruikte ‘Deo Volente’. Het was haar kleine rebellie tegen religie, verworden tot een vaste uitspraak.

Ze had er meer. Sommige opvallend, andere wat gewoner. Een soort Pavlovreactie op een opmerking of vraag. Zo herinner ik me duidelijk dat ze altijd hetzelfde antwoord gaf als je vroeg of ze een kopje koffie wilde, of thee, of iets lekkers bij de warme drank. Standaard zij ze dan :”Als ik u niet ontrijf.”.

Hoewel ik de strekking van de uitspraak wel begreep snapte ik niet wat ze zei. En ook nu snap ik het nog niet helemaal. Wat is nou eigenlijk iemand ontrijven? Is dat hetzelfde als grieven?

Ik pakte er het online woordenboek eens bij. Die bieden vaak uitkomst in deze zaken. Het woord ‘ontrijven’ zelf komt niet naar boven. Wel het woord ontrieven. De betekenis daarvan lijkt wel wat op wat ik altijd dacht dat de strekking van haar zin was.

Maar zou mijn oma dat dan altijd fout hebben gezegd. Waarom zou ze dat doen? Oma was misschien niet hoogopgeleid of geletterd maar haar taalgebruik was altijd onberispelijk. Zelfs als het wat minder net was gebruikte ze altijd de juiste woorden en benamingen. Zo’n fout lijkt me niets voor haar.

 

Ik zocht online eens verder en kreeg zowaar het juiste woord onder ogen. Een paar maal in oud Nederlandse gedichten en een paar maal in een woordenboek. Een Nederduitsch woordenboek.

Dat brengt me nog meer in verwarring. Zo ver ik weet is mijn oma een geboren en getogen Haarlemse, net zo als haar ouders. Hoe komt ze dan aan zo’n Nederduitsch dialect woord?

 

Terwijl ik de informatie zit te overdenken dwalen mijn gedachten over dat Nederduitsch. Er is iets met dat woord. Het klinkt bekend. Het is niet nieuw voor me maar waar ken ik het dan van? Zou het ooit eens met lessen Nederlands zijn benoemd? Of juist met Literatuur Duits? Nee, het voelt anders bekend. Meer met mijzelf en mijn achtergrond verbonden.

En dan weet ik het plots. Mijn oma was Nederduitsch Hervormd gedoopt. Hoewel ik nooit de nuanceverschillen tussen de verschillende hervormde kerken heb begrepen wist ik wel dat dit een bijzonderheid was. Ze benadrukte het namelijk altijd als iemand vroeg of ze Hervormd was opgevoed.

Bijzonder voor een vrouw die niets had met religie en kerken. Het leek er zelfs een beetje op of ze daardoor een beetje afstand kon nemen van de gangbare kerkgangers. Alsof het haar een beetje meer bijzonder maakte, ietwat apart.

 

Dat klinkt wel heel erg als mijn oma. Een liefdevolle, heel gewone vrouw die maar wat trots was op haar eigenaardigheden en daar, bewust of onbewust, graag een beetje mee pronkte. Bijvoorbeeld door het gebruik van die rare zin: “als ik u niet ontrijf.”

woensdag 17 februari 2021

#wot deel 5, 2021

 

Lijstje = 1) Kleine tabel 2) Opsomming 3) Catalogus 4) Deel van een raam 5) Deel van een schilderij 6) Formulier 7) Houten rand 8) Index 9) Kader

 

Hoewel de agenda zo goed als leeg is vind ik dat ik heel veel te doen heb. Of eigenlijk wil ik vooral heel veel doen. Nou ja, ik vind dat ik een aantal dingen moet willen doen. Of zoiets. En wat ik dan precies zou willen, moeten of zou moeten willen doen is mezelf niet helemaal duidelijk.

 

Het is momenteel chaos in mijn hoofd. Allerlei gedachten en gevoelens buitelen door elkaar heen. Dat heb ik vaker en meestal gaat het na een tijdje wel weer over.  Dan vinden al die woorden, beelden en emoties hun plekje en ruimt de boel zich vanzelf weer op. Alleen heb ik bijna nooit het geduld te wachten tot het zover is. Daarom ben ik vaak op zoek geweest naar middelen om de chaos inmijn hoofd te ordenen. Een van de methodes die ik uit probeerde was het maken van lijstjes.

 

Over het algemeen is het maken van lijstjes iets wat ik graag doe. Het geeft me het gevoel dat ik alles onder controle heb als ik bezig ben met in kaart brengen wat ik moet doen, wat daarvoor nodig is en wanneer dat dan klaar moet zijn. Ik ben niet voor niets zo’n groot liefhebber van onze familiekalender.

Helaas heeft het een averechte uitwerking op chaos in mijn hoofd. Dan is het maken van een lijstje eerder een belemmering omdat er continu dingen moeten worden veranderd aan het lijstje. Steeds opnieuw popt er iets op mijn hoofd wat eigenlijk meer prioriteit heeft dan wat er al op de lijst staat. In plaats van orde scheppen brengt het enkel meer chaos en onrust.

 

Zoals altijd is er maar een echte remedie tegen de puinhoop in mijn hoofd. Gewoon over me heen laten komen en gewoon doorgaan met ademhalen. Niet teveel nadenken en piekeren. Niet teveel willen oplossen. Dat komt wel als de tijd er rijp voor is. Zolang er chaos heerst is het nog niet zo ver.



woensdag 3 februari 2021

#wot deel 4, 2021

 

Vertier = 1) Afleiding 2) Amusement 3) Beweeglijke drukte 4) Bezigheid 5) Het doen van leuke dingen 6) Levendigheid 7) Ontspanning 8) Pret 9) Vermaak.

 

Vorige week popte in mijn facebookherinneringen een foto van een sjaaltje op. Ik herinner me het sjaaltje nog goed. Het was het eerst tunische haakwerk wat ik voltooide. Ik was er enorm trots op. Het was namelijk een mooi licht, soepel en toch heerlijk warm sjaaltje geworden. Perfect voor de vriendin die ik ervoor in gedachten had. Ik vond het sjaaltje zelfs zo goed gelukt dat ik meteen een nieuwe begon. En ik kan met gepaste trots zeggen dat het vijf jaar later bijna af is.

Die laatste zin vraagt om wat extra toelichting.

de sjaal voor vriendin
Toen ik het eerste sjaaltje aan het halen was merkte ik dat het een heel prettig meeneemproject was. Alles wat ik mee hoefde te nemen waren een bolletje dun verloopgaren en een tunische haaknaald. Dit alles paste heel goed in een heel klein plastic tasje.

Het tweede sjaaltje zat dus ook eigenlijk altijd in mijn grote handtas. Ik nam het mee in de bus en trein. Het ging mee naar handwerkbeurzen. Het zat in mijn tas als ik voor onderzoeken of controles naar het ziekenhuis moest, of huisarts, of psycholoog. Eigenlijk overal waar ik verwachte in een wachtkamer te belanden ging het mee naar toe. Heerlijk als een beetje vertier tijdens het verpozen.



Het gevolg was wel dat er maar zelden lekker aan werd doorgewerkt. Thuis kwam het niet uit de tas. De tijd tussen de overstappen in de trein was vaak net wat kort om even lekker te installeren met een handwerkje. En de tijd in de wachtkamers ging vaak sneller voorbij dan ik doorhad. De enige periode dat ik er wel flink aan doorwerkte was toen jongste in het ziekenhuis lag met een gesprongen blindedarm.

 

Eind vorig jaar vond ik dat ik eens wat projecten moest gaan afmaken. Er lagen teveel UFO’s (UnFinished Objects). En zo kwam het sjaaltje weer eens uit zijn tas. Ik bekeek het eens goed en schrok een beetje.

Aan het hele project was duidelijk te zien dat daar met zeer veel intervallen aan was gewerkt. Het verschil in hand van haken was enorm. Sommige stukken waren redelijk strak, andere juist heel los. Het enige stuk wat er echt goed uitzag was het deel wat ik die dagen aan het bed van jongste had gehaakt. Ik nam een rigoureus besluit en haalde de hele boel uit en begon opnieuw.

 

Toen vorige week de foto van sjaaltje een voorbij kwam had ik net de tweede bol aangehecht. Het schiet dus best aardig op al is het voor mijn doen een behoorlijk monnikenwerk.

Het garen is dun waardoor er vele steken en meters in een paar centimeter haakwerk gaan.

Het is slagwerk maar dan van het soort waarbij je niet iets anders kan doen. Waar ik bij het meeste rechttoe rechtaan haakwerk tv kan kijken kan ik hier mijn blik niet van af wenden.

Het patroon is zo opgebouwd dat de toeren steeds langer worden. Hierdoor duurt het steeds langer voor er weer een kleine euforie is dat er weer een rij af is.

 

Gelukkig vind ik het tunisch haken echt erg leuk om te doen. Wat ook fijn is, is dat het sjaaltje echt heel mooi en zacht en soepel wordt. Daardoor lukt het me streng voor mezelf te zijn. Eerst dit sjaaltje af en dan pas beginnen met wat nieuws.

Dat wordt trouwens wel doorwerken want het volgende project is een Make a Long en start op 10 februari.

de sjaal voor vriendin


woensdag 27 januari 2021

#wot deel 3, 2021

 

Agenda = 1) Afsprakenboek 2) Boek met kalender 3) Chronologisch aantekenboek 4) Dagboek 5) Dagorde 6) Datumboek 7) Dingen die gedaan moeten worden 8) Geheugensteun 9) Kalender

 

Jarenlang waren mijn agenda en mijn tas onafscheidelijk. Alles moest genoteerd, gecontroleerd en naar het planbord en de familiekalender gekopieerd. Het was mijn houvast in roerige tijden. Mijn rots in het oerwoud van afspraken, sportmomenten, overlegmomenten en logeerafspraken. Geen afspraak werd bekrachtigd zonder een blik in de agenda.

 

Ik heb ze in allerlei soorten en maten gehad. Jarenlang vond ik het erg fijn om een mooi exemplaar te hebben van bijvoorbeeld Happinez of Flow. De wat luxere uitstraling, de mooie kleuren en inspirerende afbeeldingen en teksten gaven een goed gevoel tijdens het proberen te ordenen van de hectiek van die dagen. Deze bijzondere exemplaren heb ik ook nog altijd in mijn kast staan. Ik kan het niet over mijn hart krijgen definitief afscheid te nemen van deze agenda’s. Officieel omdat ze zo mooi zijn, officieus omdat ze in een heftige periode waarin ze mijn leven een beetje structuur gaven, een beetje verfraaiden, onmisbaar waren. Ze staan een beetje symbool voor het doorstaan van de stormen.

 

Toen ons leven een stuk overzichtelijker was geworden werden de agenda’s zakelijker. Ze hoefden er niet fraai uit te zien. Ze moesten functioneel zijn. En als het even kon verantwoord. In deze periode had ik vooral agenda’s van Loesje en de Hartstichting. Ze voldeden aan de eisen en droegen een klein steentje bij aan doelen die belangrijk voor me zijn.

Maar hoe handzaam, overzichtelijk en functioneel ze ook waren, ik gebruikte ze minder en minder. Afspraken werden snel in de telefoon genoteerd en later op de familieplanner gezet. En een ieder mag dat lekker zelf doen. Ik houd niet meer alles bij. Wat niet op de kalender staat word niet door mij onthouden wat weer bijdraagt aan de verzelfstandiging van de gezinsleden. (lees: niet op de kalender, niet mijn verantwoordelijkheid)

 

Dit jaar heb ik voor het eerst geen papieren agenda meer. Voor het eerst vulde ik niet halverwege december mijn persoonlijke gegevens in op de eerste bladzijden. Om vervolgens alle belangrijke verjaardagen te gaan noteren. En de afspraken die al staan voor het nieuwe jaar. Geen vooruitblik naar wat voor me lag. En dat ik dat nu pas besef geeft wel aan hoezeer ik het ben ontgroeid.