Posts tonen met het label adhd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label adhd. Alle posts tonen

zondag 3 maart 2024

#wow deel 8, 2024

 

Hoewel er geregeld de meest wilde ideeën en plannen aan mijn brein ontspruiten ben ik niet zo van het initiatief nemen. Daarvoor laat ik mij te veel hinderen door realiteit, een negatieve zelfblik en een gebrek aan zelfvertrouwen zeer zeker aan ten gronde. Terwijl ik nog vol enthousiasme alle mogelijkheden in mijn hoofd aan het doornemen ben zie ik meteen al beren op de weg.

 

Initiatief: het ondernemen van actie zonder hier door anderen toe aangezet te worden.
– (plan) het bedenken van een nieuw idee of plan en het ondernemen van stappen om dit idee of plan te realiseren;

 

Gelukkig woon ik in een klein stadje met een groor aantal mensen met de meest uiteenlopende initiatieven. En voor die initiatieven zoeken ze altijd wel meedenkende ondersteuners. Er ligt hier op elke straathoek een mogelijkheid tot vrijwilligerswerk.

De keuze is reuze. Je kunt het zo gek niet bedenken of er is iemand bezig met het opstarten, uitvoeren, in beweging houden van jouw briljante inval.

 

Ik heb zeer veel bewondering voor mensen die dat aangaan. Het vanuit het niets een idee neerzetten en er gewoon voor gaan. Meestal onder het motto “niet geschoten is altijd mis”.

Ik durf het niet. Ik ben van nature een bangebroek op dat gebied. Wat ik dan wel weer durf is de durvers ondersteunen. Soms door simpelweg berichten te delen, mensen te enthousiasmeren voor een initiatief en soms door diverse hand- en spandiensten te verrichten.

En zo breng ik de boel weer in evenwicht. Ik mag dan geen durver zijn, als doener kan ik zeker mijn steentje bijdragen.


Onder de afbeelding een aantal links naar een paar van die prachtinitiatieven.



Stichting Regenboog Meppel

buurtgezinnen

Meppel voor Elkaar

Meppel Diep Geluk

Grachtenfestival

woensdag 28 februari 2024

#wow deel 8, 2024

 

Het woord van afgelopen week is mij verre van vreemd. Gezien het feit dat ik deze blog een volle week later plaats dan dat het woord is verschenen geeft al aan dat ik mij zeer geregeld schuldig maak aan uitstelgedrag.

 

Uitstelgedrag: specifiek bij studeren ook wel studie-ontwijkend gedrag (‘sog’)) is het uitstellen van taken die men eigenlijk wil of moet doen en waarbij men weet dat het uitstel waarschijnlijk niet goed is en tot moeilijkheden of extra stress zal leiden. Daarom wordt dit soms ook irrationeel uitstel genoemd.

[bron https://nl.wikipedia.org/wiki/Uitstelgedrag]

 

Het zit een beetje in me, het uitstellen van dingen die gedaan moeten worden. Niet met opzet, tenminste, over het algemeen is het niet expres. Ik heb dan echt alle intentie om binnen afzienbare tijd te doen wat ik me heb voorgenomen. Alleen dat brein van mij he. Dat brein dat werkt nog wel eens tegen. Of eigenlijk niet weleens, mijn brein is mijn allergrootste valkuil.

Eerst vertelt het me dat ik me nergens zorgen over hoef te maken of er tegenaan te hikken want ik heb nog tijd zat. Dan vertelt het me dat ik eerst even wat anders moet doen en dan heb ik meer dan genoeg tijd. Dan zegt het dat ik toch nog even snel iets anders moet. Vervolgens raakt het in paniek en slaat lam. En plots ben ik zeven dagen verder en heb nog steeds geen blog.

 

Zoals het gaat met mijn blogs gaat het met veel in mijn leven. Zodra ik tijd zat heb om iets te doen komt er niets uit mijn handen en als het dan haast begint te krijgen sla ik vast. Om vervolgens op de valreep als een idioot aan de slag te gaan, me twee slagen in de rondte te werken om dan steen kapot het alsnog op tijd af hebben. Tenminste, als er een harde deadline is. Geen harde deadline kan zomaar betekenen dat het op den duur misschien weleens een keer als het meezit af komt.

 

Zoals eerder gemeld zitten we momenteel in een klusperiode. Morgen komen ze de keuken updaten. Een keer raden wat ik vandaag eindelijk heb gedaan.



maandag 22 januari 2024

#wow 2024, deel 3

 




Afvinklijstjes, ik heb er een haat/liefde verhouding mee. Misschien kun je het zelfs wel een knipperlichtrelatie noemen. Het ene moment loop ik er mee weg en weet niet wat ik zonder zou moeten en het andere moment zijn ze de grootste vloek in mijn leven.

 

Mijn brein is één grote vergaarbak van informatie. Afspraken, regelgeving, het huishouden, familiezaken, alles vliegt er rond. Vaak heb ik geluk en komt de informatie naar buiten op het moment dat ik het nodig heb. Bijna even vaak ontglipt er dan iets met deze informatie. En meestal gaat dat om futiliteiten. Maar geloof me dat het best vervelend is dat het de hamburgers zijn  die op het boodschappenlijstje moeten voor de broodjes hamburger van later in de week.


Afvinken is een term die vaak wordt gebruikt om aan te geven dat een taak of item op een lijst is voltooid of afgerond. Het wordt vaak geassocieerd met het visueel markeren van een taak door er een vinkje naast te zetten, meestal in de vorm van een -symbool. Dit wordt gedaan om aan te geven dat de taak is voltooid of de vereiste actie is ondernomen.

https://chat.openai.com

 

Zoals gezegd gaat er geregeld data verloren. Dat heeft me er toe gedreven overal lijstjes van te maken. Afspraken worden zo snel mogelijk op een kalender genoteerd, ik heb altijd een boodschappenlijstje open in de app en voor ik op vakantie ga maak ik een lijst van dingen die ik mee neem op vakantie en dus ook voor de terugweg weer in de koffer moeten hebben.

Dat zijn handige lijstjes. Ze hebben me al geregeld ernstig geholpen.

 

Waar ik meer moeite mee heb zijn te doen lijstjes. Of stappenplannen. Of verbouw planningen. Of ik maak ze te summier waardoor zeer noodzakelijke stappen worden vergeten. Of ik ben zo bang dingen te vergeten dat ze ellenlang en onwerkbaar worden.

 

De grote grap is dat we momenteel onze woning behoorlijk aan het opknappen zijn. Verduurzaming en modernisering heet het mooi op papier. In praktijk zijn het veel taken die moeten worden uitgevoerd. En dat kan niet zomaar op het moment dat er iemand tijd heeft, nee, daar moet een volgorde inzitten. Het ene moet gedaan zijn voor het andere kan. Weer wat anders kan daar best tussendoor, voor of achter maar heeft een levertijd van minimaal 8 weken. En dan moeten er ook nog wat beslissingen worden genomen over welk systeem, welk bedrijf, is dit noodzakelijk of is dat beter?, wat is wijs om te doen en wat kunnen we beter laten? En dan hebben we het nog niet eens hoe we dan willen hoe het eindresultaat er uit gaat zien.

 

We zijn onderweg. De meterkast is gedaan, de vloer geïsoleerd, een onverwacht gaslek is opgelost en we weten wanneer de zonnepanelen worden geïnstalleerd. Het nieuwe keukenblad is ingemeten, de elektra aansluitingen besproken. Nu door met de vloerverwarming en de warmtepomp.

Tussendoor aan de slag met het leuke deel. Samen met een student Interieur Design kijken en beslissen hoe de woonkamer er uit gaat zien. Al betekent dat ook, nog meer lijstjes.

dinsdag 16 november 2021

#wot deel 45, 2021

 

Altijd wanneer  mijn middelste kind mijn laptop ziet moet hij diep zuchten. En altijd als ik een probleem heb is zijn advies hetzelfde. ”Sluit je tabbladen want je hebt er teveel openstaan”. En iedere keer zeg ik weer dat ik de laptop daar juist op heb uitgezocht. Ik moet vijf of zes verschillende pagina’s open kunnen hebben en dan ook nog muziek kunnen streamen. Dat is ongeveer het enige waar een laptop bij mij aan moet voldoen.

 

Natuurlijk weet ik zelf ook wel dat het dikke onzin is dat ik de hele dag door mijn sociale media pagina’s open heb staan. Misschien heb  ik dan toch FOMO, fear of missing out.

 

Het meest vreemde is dat die pagina’s dus altijd openstaan zonder dat ik er op kijk. Ik ben meestal heel andere dingen aan het doen. Ik ben gewoon met het huishouden bezig. Of ik ben aan het haken. Of ik ben informatie over het een of ander aan het verzamelen. Maar zodra ik mijn laptop open doe staan die pagina’s open en ben ik dus officieel online.

 

Online = 1) Actief op internet 2) Computerterminologie 3) Internetterm 4) Rechtstreeks verbonden met internet.

 

Ik ben altijd al een beetje anders dan anderen geweest maar ik vrees dat ik hier toch best bijzonder in ben. Ik houd ervan om onbereikbaar te zijn maar ben eigenlijk altijd online. Tenminste, ik sta overal aangemerkt als online omdat de pagina openstaat op mijn laptop.

Officieus ben ik dus helemaal niet bereikbaar omdat ik te beroerd ben om de pagina of zelfs de laptop af te sluiten als ik andere dingen ga doen. Het is zelfs zo erg dat ik geregeld naar bed ga zonder de laptop dicht te doen. Dit heeft dan niet zo zeer te maken met ‘geen zin in hebben’ als wel met een brein wat al bezig is met naar bed gaan en de dag van morgen. Het zit niet in mijn systeem.

Toen ik een nieuwe laptop kreeg beloofde ik beterschap. Ik zou beter mijn best doen ongebruikte tabbladen te sluiten en geregeld mijn laptop afsluiten zodat alle systemen even lekker konden leeglopen en bijwerken.

Het afsluiten gaat al een stuk beter maar die tabbladen blijft toch een dingetje. Ik heb er net weer drie gesloten omdat ik in mijn hoofd bezig was met dit blog en even ging kijken hoeveel en welke ik open had staan. En als ik deze heb geplaatst kan er nog een tabblad dicht wat nog open stond als geheugensteuntje. Nog maar vier te gaan om helemaal offline te zijn.

zaterdag 7 augustus 2021

#wot deel 29, 2021

 



Mijn hoofd is net een ideeën bus. De godganse dag poppen er dingen op. Sommige handig, andere nuttig, een enkeling gruwelijk en dan zijn er nog een heleboel die kant noch wal raken. Ik hoef er maar weinig voor te doen. Het gaat als vanzelf. Mijn brein staat eigenlijk altijd op standje brainstorm.

 

Je zou denken dat ik met zo’n privé ideeënwervelstorm een bron van goede ideeën ben.  Tja, kwantiteit zegt natuurlijk maar zeer weinig over kwaliteit maar de kans dat er een goed idee tussen zit is altijd aanwezig. En de kans dat zo’n idee binnen een milliseconde alweer gevlogen is, is net zo groot. Vaag weet ik dan nog wel dat er een goed idee door mijn hoofd is gegaan maar welk idee dat dan precies was blijft geregeld de vraag.

 

Idee = 1) Bedenksel 2) Brainwave 3) Concept 4) Denkwijze 5) Voorstel 6) Gedachte 7) Indruk 8) Ingeving 9) Interpretatie.

 

Soms blijft een goed idee hangen. Dan raak ik wel een beetje in paniek. Zo’n idee is dan af en toe zo goed dat ik er van mezelf wat mee moet doen. En daar ben ik me toch een partij slecht in. 

Ik heb van nature geen groot organisatieoverzicht. Ik word ook altijd een beetje bang van de lijstjes die aan zo’n overzicht hangen. Ik verzand nogal snel in het aanmaken van die lijstjes omdat ik doodsbenauwd ben iets te vergeten of over het hoofd te zien.

Dan heb ik natuurlijk ook nog altijd last van een tikkeltje gebrek aan zelfvertrouwen en een overschot aan zelfkritiek. De beren op de weg worden er door mij persoonlijk neergezet, de hobbels zelf gegraven en de bezwaren volop geopperd.

Tja, dan kan je wel een hoofd vol ideeën hebben, als je ze niet kan, wil of durft uit te voeren schiet dat niet erg op natuurlijk.

 

Hoe leuk het ook is om continu ideeën te kunnen spuien, het geeft wel veel onrust en rommel in mijn hoofd. Het komen en gaan van ideeën lijkt verrassend veel op een verkeersplein in de spits. Alle banen vol, de ene helft wil naar links waar de baan volstaat met mensen die naar rechts willen. Alles krioelt door elkaar. Soms is er een bijna botsing. Soms zitten dingen elkaar in de weg. En soms vloekt er één de hele weg omdat het zich niet gezien en gehoord voelt. Het lijkt nog het meest op een georganiseerde chaos. 

Soms dreigt er een verkeersinfarct op het verkeersplein en wat me dan een beetje helpt is een zin van één van mijn favoriete schrijvers, Terry Pratchett. In zijn  wijsheid noteerde hij in één van zijn boeken: “Chaos is found in greatest abundance wherever order is being sought. It always defeats order, because it is better organized.”

Kortom, laat de chaos maar de chaos. Zolang ik er niet teveel orde in wil aanbrengen lost het zichzelf wel op.

 

dinsdag 10 november 2020

#WOT deel 45, 2020

 

Spelregels = 1) regels volgens welke een spel gespeeld worden 2) regels volgens welke men dient te handelen 3) regel die bij het schrijven van woorden in acht genomen dient te worden.

 

Spelletjes, ik heb er een haat/liefdeverhouding mee. Hoewel ik het spelen van spelletjes best heel leuk vind kan ik vreselijk slecht tegen mijn verlies.

Spelletjes zijn echt een afspiegeling van hoe ik in de maatschappij sta. Ik ben niet slecht in spelletjes maar ook niet vreselijk goed. Ik ben het veelal niet eens met de regels maar durf er niet teveel van af te wijken. Bluffen kan ik niet. En wanneer ik stilletjes mijn zetten probeer uit te spelen heeft iedereen mij door omdat ik ‘te stil’ ben. En als ik aan het eind niet gewonnen heb voel ik me bekocht dat mijn best niet goed genoeg was.

 

Ondanks dit alles heb ik met de kinderen wel altijd spelletjes gedaan. Ik vind ze namelijk erg belangrijk in het leren omgaan met wachten op je beurt, je houden aan spelregels, winnen en verliezen. Ik kreeg het zelfs voor elkaar om af en toe expres te verliezen om het zelfvertrouwen van ze een zetje de goede kant op te geven. Maar het heeft best een tijd geduurd voor ik er ook van kon genieten.

Spelletjes zijn namelijk helemaal niet eenvoudig voor kinderen en zeker niet voor temperamentvolle kinderen met wat obstakels in hun sociale ontwikkeling. Maar toen ik ontdekte welke spelregels hun school voor speciaal onderwijs hanteerde werd het een stuk leuker. Die heb ik meteen thuis ook ingevoerd. Sommigen gebruiken we nu nog.

 

Een korte samenvatting:

Regels worden vooraf doorgenomen en door iedereen bevestigd.

 De timetimer/kookwekker helpt als nadenktijd uit de hand dreigt te lopen.

Het kaartspel pesten is vanwege een gebrek aan eenduidige regels per direct verboden en vervangen door Uno.

En een heel belangrijke, de winnaar ruimt op.

 

Deze redelijk eenvoudige afspraken hebben al menig spelletje gered, al denk ik dat ik ze er voor de feestdagen nog wel even aan moet helpen herinneren. Scheelt toch een hoop herrie.

 

zondag 18 oktober 2020

Strubbelingen

 

Het is zondagavond half tien. Ik zit op de bank met mijn laptop voor me. Ik staar naar een leeg document. De cursor knippert gestaag. Het knipperen ergert me. Het lijkt me uit te dagen. Of misschien zelfs wel te beschimpen. “Toe dan. Typ dan. Jij had toch zoveel te zeggen over het #wot-woord?”.

De toon van de cursor is opmerkelijk gelijk aan de toon die mijn innerlijke criticus aanslaat. Provocerend, misschien zelfs een tikje denigrerend.

 

Mijn hoofd is vol. Zinnen buitelen over elkaar heen. Zinnen vol woorden, meningen, voorstellingen. Allemaal vertellen ze een onderdeel van mijn verhaal. Helaas vertellen ze allemaal een andere kant van hetzelfde verhaal. Samenhang is ver te zoeken. Nergens wordt het zinnig.

Ik wil het bijltje erbij neer gooien maar tegelijkertijd wil ik me niet laten kennen, me niet laten klein krijgen door de krioelende woorden en het lege document.

 

Ik ben vaak begonnen met schrijven. Als kind al begon ik in elk leeg schrift wat ik kocht of kreeg een verhaal. Even zo vaak stopte ik weer. Het leek me maar niet te lukken om dat wat ik in mijn hoofd had op papier ( later op een scherm) te krijgen.

Toch ben ik gaan bloggen. Ik wilde zo graag stukjes van mijn leven delen dat ik gewoon begon. Ik plaatste blogs en mensen lazen het. Ze leefden mee, dachten mee en gaven feedback. Zowel over de stukjes uit mijn leven als over mijn schrijven. Sommigen motiveerden me zelfs toch weer eens verhalen te maken. Gewoon in blogvorm, dus niet meteen een heel boek maar korte verhalen.

 

In schrijven kan ik mijn ziel en mijn zaligheid kwijt. Ik durf het alleen niet altijd. Soms is mijn ziel te kwetsbaar. Een andere keer mijn zaligheid te groot. Ook ben ik op dit gebied nog altijd onzeker.

Dat laatste heeft al vele blogpauzes opgeleverd. De innerlijke stem die me vraagt of er wel iemand op mijn schrijfsels zit te wachten. Of ik recht van spreken of schrijven heb. Of ik mijn hersenspinsels wel open en bloot op internet moet zetten. Of ik überhaupt wel iets te melden heb.

 

Maar toch wil ik schrijven. Iets in mij wil verwoorden wat ik voel. Iets in mij wil gelezen worden. En dat iets is zeer vasthoudend, want hoe vaak ik ook daadwerkelijk het bijltje er bij neergegooid heb, ik ben even zo vaak toch weer begonnen met bloggen. Dat maakt mij of erg volhardend, of zeer koppig, of een beetje dom. Schrijven geeft een invulling aan mijn bestaan. Een soort van ‘scribo ergo sum’.

 


 

 

woensdag 14 oktober 2020

#wot deel 41, 2020

 

Mondkapje = 1) beschermingsgerei 2) kapje dat over neus en mond valt en in coronatijd geadviseerd wordt

 

Als klein meisje waren er een paar dingen die ik wilde kunnen. Ik wilde kunnen lezen want ik was geïntrigeerd door boeken. Ik wilde kunnen schrijven want ik wilde niets liever dan verhalen creëren. En ik wilde kunnen handwerken. Het leek me fantastisch om vanuit het niets iets te kunnen scheppen. En in mijn beleving was er geen hogere kunde dan iets nuttigs kunnen fabriceren.

 

Het lezen was een vaardigheid die ik zeer rap onder de knie had. En één waar ik mateloos van genoot. Wanneer het maar even mogelijk was kroop ik in een boek en verdween naar de wereld die door het lezen ontstond.

Handwerken en creatief schrijven waren toch wel een ander verhaal. De basisvaardigheden waren niet het probleem. Er waren wat andere factoren die het uitoefenen bemoeilijkten. Rust in de kont was daar er daar een van. Snel verveeld zijn was een andere. En dan was daar nog die derde, overgeleverd zijn aan de chaos in mijn hoofd.

 

Wanneer ik las stapte ik in een wereld die door letters geschapen was. Woorden gaven vorm. Zinnen gaven richting. Het verhaal bracht structuur aan.

Wanneer ik zelf ging schrijven moest mijn brein dat zelf doen. Bedenken hoe deze wereld er uit zou zien. Hoe een personage zou zijn. Wat er in deze fantasiewereld zou gebeuren. Alles moest ontstaan uit mijn hoofd. En mijn hoofd maakte daar een potje van.

Ik was zo bezig met kleuren, richting aangeven en structureren dat ik daar in verzandde. Helemaal omdat mijn brein geregeld een andere kant opging dan ik van te voren had bedacht. In plaats van duidelijkheid creëerde mijn brein nog meer chaos.

 

Met handwerken gebeurde hetzelfde. Mijn brein kreeg alle ruimte en ging volledig los. Het schoot alle kanten op. Structuur was nergens te bekennen. Verveling sloeg toe bij teveel herhalende handelingen. En waar het naar toe moest veranderde per hersengolf.

 

Hoewel het er toen niet op leek heb ik daar koppigheid vele vaardigheden toch opgedaan. Ik leerde mezelf naaien toen ik een jaar of twintig was. Ik ging creatief schrijven toen ik beging dertig was. Ik leerde haken toen ik veertig was.

In de loop der jaren leerde ik namelijk hoe ik kon omgaan met een deel van de chaos in mijn brein. Hoe ik soms zelfs gebruik kan maken van die creatieve gedachtenstorm. Maar nog altijd lukt het me niet blanco te starten.

 

Schrijven doe ik hat liefst naar aanleiding van een opdracht want die geeft houvast en richting. Haken doe ik volgens patroon omdat dat structuur geeft. En zelfs iets simpels als het naaien van mondkapjes doe ik van patroon.

Zolang ik een patroon heb weet ik waar ik moet beginnen, welke kant ik op moet en wat nodig is om het resultaat te behalen. Welke kant mijn gedachten ook opspringen, ik kan altijd weer terug naar waar ik nog wel wist waar ik heen ging. Mondkapjes maken als mijn nieuwe zen-bezigheid.

maandag 17 februari 2014

Eerst even naar uw zorgloket

-Goedemorgen, huisartsenpraktijk. Wat kan ik voor u doen?

-Hallo, ik ben gevallen en mijn enkel doet enorm veel pijn. Hij ziet er ook raar uit. Ik ben bang dat deze gebroken is. Moet de huisarts daar eerst even naar kijken of mag ik meteen door naar de eerste hulp?

-O wat naar mevrouw. Maar bent u wel al bij uw zorgloket geweest?

-Bij het zorgloket? Waarom moet ik naar het zorgloket? Ik heb mijn enkel gebroken.

-Nee mevrouw, dat ziet u verkeerd. U vermoed dat u uw enkel gebroken hebt. Dan moet u eerst naar uw zorgloket. Daar spreekt u uw vermoeden uit. Vervolgens gaan ze daar kijken of ze u binnen uw eigen sociale leven kunnen helpen. Er is vast wel iemand die u kan helpen met boodschappen doen. Of een buurtgenoot die uw hond kan uitlaten. Of een gezinsregisseur die kan zorgen dat die taken netjes door uw eigen gezin worden opgevangen.

-Maar dat geneest mijn enkel toch niet?


-Nee, dat weten wij ook wel. Maar we maken ons ernstig zorgen om de vergaande medicalisering van de samenleving. Dat kost namelijk heel veel geld. Het zorgloket moet eerst kijken of er andere oplossingen mogelijk zijn. Wanneer zij denken dat het noodzakelijk is zullen zij u doorverwijzen.

-Kunnen zij dan zien of mijn enkel gebroken is?

-Nee, maar zij kunnen wel mensen in dienst hebben die dat kunnen beoordelen. En wanneer zij deze niet in dienst hebben kunnen zij altijd besluiten door te verwijzen naar een eerste hulp. Maar er zal altijd eerst worden gekeken naar zelfredzaamheid, eigen verantwoordelijkheid, draagkracht, draagvlak en omgevingsparticipatie.

-Kortom, het hangt  van de mensen van het zorgloket af of er röntgenfoto’s mogen worden gemaakt en of er dan gips om de enkel mag als er toch een breuk blijkt te zitten?

-ja, dat klopt. Men heeft namelijk sterk de overtuiging dat er veel te snel wordt geroepen dat er een breuk zit op een röntgenfoto. En dat dus een zwaar middel als gips te vaak nodeloos wordt ingezet.



Natuurlijk is bovenstaand gesprek fictief. Gelukkig maar, want het zou natuurlijk te zot voor woorden zijn dat een ambtenaar moet beoordelen of u wel of niet recht heeft op een röntgenonderzoeken verdere medische behandeling. En toch is dit precies wat we nu willen gaan doen met de kinderpsychiatrie.
Er is veel onbekendheid en onwetendheid. Psychische stoornissen worden nog steeds gezien als een opvoedingsfout, een tijdelijk probleempje of een hersenschim. Autisme, adhd en hoogbegaafdheid worden gezien als een vermedicaliseerd modeverschijnsel. Wanneer je kind geen verstandelijke beperking heeft wordt een eventuele stoornis nauwelijks serieus genomen.
Als ouder voel ik mij door gebrekkige informatie, langdurige onduidelijkheid en constante onzekerheid machteloos worden. Ondanks het jarenlange traject voorafgaand aan een diagnose voel ik mij afgeschilderd als een aansteller die haar kinderen niet de baas kan en er dus maar pillen instopt. Ik voel mij als ouder niet gezien, gehoord of gekend in een zeer ingrijpende verandering in de zorgstructuur die het leven van mijn kinderen en dus ook dat van mij volledig kan veranderen.

Als ouder maak ik mij door een ernstig gebrek aan informatie, voorlichting en duidelijkheid ernstig zorgen over alle vergaande veranderingen die ons te wachten staan. Dit geldt zowel voor passend onderwijs als transitie jeugdzorg en de wtcg en de awbz en de veranderingen in het pgb (hebben we daar trouwens nog wel recht op als jeugdzorg buiten de zorgkosten valt?)

woensdag 5 februari 2014

zorgelijk

Het is ongeveer acht jaar geleden dat we hulpverleningsland binnen stapten. Na jaren van moeite, grote inzet, vechtlust en eigenwijsheid waren we tot de conclusie gekomen dat het zo niet verder kon. Ons gezin, onze kinderen en wijzelf dreigden ten onder te gaan. Wij hadden hulp nodig. Waar het opgroeien door en opvoeden van kinderen bij anderen vanzelf leek te gaan, kostte het ons al de grootste moeite een middag zonder ruzie, vechtpartijen en ontploffende kinderen door te komen, laat staan een dag. En de dagen duurden lang bij ons thuis, want geen van de kinderen ging ’s avonds slapen en twee van de kinderen werden ’s nachts geregeld wakker. Wij liepen op ons tandvlees en zagen geen andere uitweg meer dan om professionele hulpverlening vragen.
Het was geen makkelijke stap. Ik schaamde me. Ik voelde mij een slechte moeder. Ik faalde. Want wie kan nou zijn kinderen niet in bed krijgen en houden? Wat voor moeder weet niet hoe het kan dat haar kinderen op straat lopen terwijl de voordeur, achterdeur en poort op slot zitten? Wat voor ouder kan niet voorkomen dat kinderen autosleutels pakken en de auto starten? Wat voor moeder is er bang voor haar eigen vijfjarige zoon? Maar tegelijkertijd wist ik zeker dat we deze stap moesten zetten om erger te voorkomen. Want mijn wanhoop was zo groot geworden dat ik mijzelf af en toe niet meer vertrouwde bij de kinderen in de buurt. Tot nu toe was het me gelukt op tijd weg te lopen, maar hoe lang zou het nog duren voor de wanhoop, de vermoeidheid en de moedeloosheid me dingen zou laten doen waar ik spijt van zou krijgen?

Het was de tijd van de wachtlijsten. Hoewel we particulier binnen een aantal weken een goede, stevig onderbouwde diagnose hadden stagneerde de hulpverlening. Voor ons nog zoveel wachtenden. Voor ons mensen die nog langer dan wij in wanhoop hadden geleefd. Voor ons mensen die in een situatie zaten die als zorgwekkender werd gezien dan de onze.
Weer wankelde mijn zelfvertrouwen. Ik stelde mij vast aan, ik zeurde, mijn kinderen gaven geen problemen, ik kon gewoon niet opvoeden. En ik hield mijn mond over hoe ernstig de situatie echt was. Ik vertelde niet dat ik bang was voor mijn eigen kind. Ik vertelde niet dat ik ’s morgens niet wilde opstaan omdat de dag dan zo lang zou duren. Ik zei niets over de agressie van de middelste, de woede-uitbarstingen van de oudste. Ik zweeg over nachtelijk gehuil van de jongste. Tot het moment dat ik bijna brak. Heel zachtjes en heel voorzichtig fluisterde ik wat mensen toe dat ik de wanhoop van mensen die hun kinderen mishandelden begreep. En plots stonden we wel bovenaan de wachtlijst. Geen moment te vroeg. Eigenlijk vele momenten te laat.

De hulpverlening kwam goed op gang. Hoewel het echt niet altijd vlekkeloos verliep en ik zeer zeker meningsverschillen heb gehad, hielp het ons overeind te krabbelen. En na enige tijd durfden we weer een beetje op ons zelf te vertrouwen. Ik leerde dat ik mijn kinderen heel goed ken en leerde daar op te vertrouwen. Ik leerde wat ik kon doen met de dingen waar zij tegenaan liepen, hoe ik ze kan begeleiden, wat tot kortsluiting kan leiden en wat ik kan doen om de schade van kortsluiting te beperken.
En na zeven zeer intensieve jaren durf ik te zien dat het goed gaat. Wij als gezin zijn verder gekomen dan ik ooit had durven hopen. Mijn kinderen hebben obstakels overwonnen die ‘normale’ volwassenen niet langskomen. Ze hebben zich goed ontwikkeld. Zo goed dat twee van hen naar regulier onderwijs over gaan. Maar zonder professionele hulpverlening en speciaal onderwijs hadden we het niet gered.
Dankzij de hulpverlening kregen we inzicht in de dingen waar onze jongens tegenaan liepen. Ik leerde begrijpen wat zo’n obstakel voor hen betekende. Ik kreeg handvatten om onze levens zo in te richten dat het iedereen houvast gaf. En ik leerde vooral wanneer ik welk instrument moest inzetten. Toen de basis goed was, maar er struikelblokken bleven, zijn we begeleid in de keuze voor medicatie. Onze waarnemingen en ervaringen waren daarin leidraad.
Kortom, wij hebben het getroffen met de professionaliteit en kwaliteit van de hulpverlening. Hierdoor is de drempel om toe te geven dat er veel mis was in ons huis ernstig verlaagd. Deze mensen twijfelden namelijk niet aan onze liefde, onze inzet en onze intentie. Deze mensen begrepen hoe lastig het is om drie jongens met een gedrag- en ontwikkelingsstoornis op te voeden. Om dag in, dag uit, 24 uur per dag, zeven dagen per week, bezig te zijn met het hele gezin en huishouden in goede banen te leiden. Hoeveel energie het vreet om steeds weer tegen vooroordelen, meningen en afkeuring op te lopen. Om te blijven vechten voor een goede toekomst.

Nooit ben ik vergeten hoe diep ik moest vallen voor ik durfde te vragen om hulp. Nooit ben ik vergeten hoe ik me schaamde en daarom onze gezinssituatie bagatelliseerde. Nooit ben ik vergeten dat ik door de afkeuring die ik voelde de mensen in mijn omgeving niet meer recht in de ogen durfde te kijken. En nooit ben ik vergeten wat voor wereld er open ging toen het gedrag van mijn jongens kon worden verklaard vanuit een diagnose.
En nu wil men de hulpverlening meer toe vertrouwen aan diezelfde omgeving. Nu moet er eerder tot hulpverlening komen, dus voordat je aan jezelf kunt toegeven dat je het niet alleen meer kan. Nu wil men dat er minder snel een beroep wordt gedaan op professionele, want dure, hulpverlening. En oja, men wil vooral dat er niet meer benoemd wordt wat de problemen zou kunnen veroorzaken want dat is etiketten plakken. Opvoedproblemen horen namelijk niet thuis in de medische wereld.
En nog vinden mensen het vreemd dat je je zorgen maakt over de transitie van de jeugdzorg.


Dit stuk heb ik geschreven naar aanleiding van de transitie jeugdzorg. Hoe mooi het ook klinkt, het willen voorkomen dat kinderen in een hokje worden geplaatst en er wordt gekeken vanuit beperking ipv mogelijkheid, is er nog steeds grote onduidelijkheid wie nu eigenlijk gaat kijken of een kind naar een kinderpsychiater mag, wanneer er wel gaat worden gekeken naar een mogelijke diagnose en wie dat dan mag gaan onderzoeken. Als moeder van drie zonen met gezamenlijk zeven etiketten durf ik te zeggen dat wordt overschat hoe makkelijk mensen om hulp vragen, met hun kinderen naar hulpverlening gaan en hun kinderen vol stoppen met medicijnen, een beeld wat nu toch geregeld naar voren komt. 
Natuurlijk wordt er ook hier misbruik gemaakt van de zorg, wordt er gefraudeerd en wordt er geld over de balk gesmeten, maar tegelijkertijd met het aanpakken van verkwisting wil men zeer veel kennis en expertise overboord gooien.En uit ervaring weet ik dat veel van deze kennis niet via boekjes te verkrijgen is.