Posts tonen met het label geestelijk herstel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geestelijk herstel. Alle posts tonen

donderdag 3 september 2015

Vijf maanden later

Het is al even geleden dat ik voor het laatst geblogd heb. En het is lastig de draad weer op te pakken. Niet dat er niets te vertellen valt. Meer dat er zo veel te vertellen is dat het niet leuk meer is om te lezen. Ik zal mij dus moeten beperken en dat is lastig voor een breedsprakig iemand als ik. Maar ik doe mijn best.

De meest gestelde vraag de afgelopen weken is toch wel: ”Hoe gaat het nu met je?” Het meest gegeven antwoord is: ”Wisselvallig, maar nog steeds vooruit.”  En zo is het precies.
 
Het gaat niet elke dag goed. Ik voel me niet altijd prettig in mijn vel. De conditie laat het af en toe flink afweten. Mijn God wat ben ik enorm veel kilo’s aangekomen en wat gaan die er lastig af. De vermoeidheid overvalt me tijd en wijle. En soms vraag ik mij af 'Waarom?'.

En toch gaat het vooruit. Ik ben namelijk gestopt met mij verontschuldigen voor wat me is gebeurd. Ik ben ook gestopt met denken dat ik op heel korte termijn alles moet kunnen wat ik voor het infarct ook niet kon of deed. Soms betrap ik me er zelfs op dat ik mij niet verantwoord voor wat ik wel of niet doe. Heel af en toe denk ik zelfs dat ik eindelijk leer zonder schuldgevoel voor mijzelf te kiezen.

Nee, een hartinfarct krijgen is absoluut niet iets wat ik iedereen kan aanraden, maar het houdt me wel al vijf maanden lang een spiegel voor. Het laat mij mezelf zien zoals ik mij niet eerder kon zien. Het heeft me laten inzien dat ik heel graag wil leven en dat dat heel goed met mijzelf kan. Ik heb mij leren waarderen. En dat is een mooi neveneffect.





dinsdag 16 juni 2015

Gezinsrevalidatie

Na mijn tranendal-blog van de vorige keer duurde het lang voor ik weer de behoefte voelde mijn ervaringen en gevoelens met een groter publiek te delen. Deels omdat ik me een beetje schaamde voor mijn gedrag, deels omdat ik sommige dingen toch graag privé houd. En dan is het niet handig om met een boos hoofd te gaan bloggen.

De afgelopen weken waren niet zonder strijd of traan. Verandering is nooit eenvoudig en roept altijd verzet op. En toch was verandering noodzakelijk. Niet van mensen, wel van taken. Dat vooral de pubers hier niet zomaar in meegingen is heel begrijpelijk maar was tegelijkertijd ook zeer ergerlijk. De grote valkuil bleek voor mij het niet zielig willen doen waardoor ik meer leek te kunnen hebben dan ik daadwerkelijk kon. Hierdoor liepen meningsverschillen over wat ze welen niet zelf hoeven te doen al snel uit op machts-  en krachtsstrijd. Dodelijk vermoeiend en zwaar levensvreugd bedervend.
En ook tussen manlief en mij heerste er ongemakkelijkheid. Dit dan weer niet uit machtsstrijd en meningsverschillen maar meer uit voor elkaar denken. Ook de  ander niet willen kwetsen of  overvragen en dus erg veel zwijgen bleek een valstrik. Hoewel goedbedoeld deed het de onderlinge verstandhouding meer kwaad dan goed.

Gelukkig hebben we regelmatig afspraken met maatschappelijk werk. Het heeft me erg geholpen toch de confrontatie aan te gaan met de jongens en hardop te zeggen wat ze eigenlijk wel wisten. Misschien dat het nog iets beter met me gaat gaan, maar zoals het was zal het nooit meer worden en het is ook niet de bedoeling dat het ooit weer zo gaat worden. Hun takenpakket wordt uitgebreid om het mijne te verlichten of ze het nou leuk vinden of niet.
Het heeft me ook geholpen te blijven communiceren met manlief over wat me wel lukt en wat niet zonder dat hij zich geroepen voelt dat wat niet lukt direct over te nemen. (En dan te chagrijnen omdat ook hij het niet ‘even’ kan doen) Hierdoor voelt het alsof er meer ruimte is te mogen mislukken en dus ruimte om uit te proberen. En daarmee ruimte om te groeien.


We zijn er nog lang niet. Ik ben er nog lang niet. Ons gezin is er nog lang niet maar het voelt niet meer alsof alles pas weer goed is als het weer precies zo is als het was voor mijn infarct. Ik revalideer en mijn mannen revalideren mee.

woensdag 20 mei 2015

Tranendal

En dan zo ineens komt het binnen. Spontaan voel ik dat ik een hartinfarct heb gehad. Zo uit het niets besef ik dat het even kantje boord is geweest. Zomaar ben ik heel verdrietig dat ik vanaf 28 maart voor de rest van mijn leven hartpatiënt zal zijn. En ik voel me plots heel erg alleen.

Het rare is dat het niet echt in de lucht hing. Ik heb het totaal niet zien aankomen. Het heeft me echt overvallen. En niet alleen mij. Ik zie manlief ook geregeld even met een peinzend hoofd mijn kant opkijken. Ik zie ‘m gewoon denken: ”Waar komt dat nou plotseling vandaan? Het ging toch juist net weer goed?”
 En dat is ook zo. Het gaat nu eindelijk de goede kant op. Mijn hartslag in rust is eindelijk mooi laag. De bloeddruk is nog wel af en toe een beetje hoog, maar structureel lager dan hij was. Ik kan weer in een redelijk tempo fietsen. Ik doe weer zelf de boodschappen. Ik ben zelfs al weer lekker wezen shoppen (pfieuw, wat is dat vermoeiend zeg!).Alles wijst er op dat het lichamelijk heel erg goed gaat.


Maar waarom moet ik dan zo huilen als iemand zegt dat alles wel weer goed komt? Waarom geloof ik niet dat ‘alles’ goed zal komen? Waarom zoek ik plotseling op hoe lang er gemiddeld zit tussen een eerste en een tweede hartinfarct? Waarom ben ik plots zo bang dat ik niet oud ga worden?


Misschien ligt het wel aan het weer en hebben meer mensen last van een dipje. Misschien is dit wel iets wat hoort bij het verwerkingsproces. Of misschien voel ik me wel zo omdat ik een geboren aansteller en zwartkijker ben. Hoe het ook zij, van mij mag het snel weer overwaaien want ik word zo ontzettend verdrietig van al mijn gesnotter.

maandag 13 april 2015

de andere kant van het herstel

De eerste vraag die iedereen mij stelt is: ”Hoe gaat het nu?” Gevolgd door: ”Dat was schrikken, voor jou zeker ook?” Ja, dat was het zeker, denk ik. Maar eigenlijk weet ik de eerste dagen niet zo goed hoe ik meer bij voel. Rationeel weet ik dat ik geestelijk een heel zware tik heb gehad, maar voelen doe ik het niet. Ik heb wel heel af en toe een emotioneel momentje maar doorzetten doet het niet.

De eerste nacht dat ik weer thuis ben kan ik niet slapen. Ik voel elk ruisje van mijn hart. Om de zoveel tijd kriebelt er een hoestje. Ik heb wat meer koffie gedronken dan de dagen ervoor en heb het idee dat mijn hart daardoor af en toe vreugdesprongetjes maakt. Kortom, ik voel me niet helemaal veilig in mijn eigen bed naast een diep slapende man.
Gelukkig heb ik zelf al snel door wat mijn probleem is. Ik lig nog wel wakker maar zonder te piekeren waarom ik maar niet in slaap val. Ik kan mijn aandacht dus volop aan elk piepje, kraakje en huppeltje schenken. Blijkbaar is dat voldoende om mij gerust te stellen want uiteindelijk val ik toch in slaap.
En stiekem denk of hoop ik vooral dat dit mijn geestelijke verwerking was. Wat kan ik mijzelf toch goed voor de gek houden.

Mijn lichamelijke herstel gaat heel aardig. Ik ben zowaar een braaf kind en doe alles met mate, behalve rusten. En er zit zeer zeker vooruitgang in. Elke dag slaap ik wat minder vaak terwijl ik juist elke dag een klein beetje meer beweeg. Maar vermoeiend is het wel. Mijn benen voelen na elke wandeling als griesmeelpap, zwaar en drillerig. Maar na twee weken wordt ook dat minder.

Waar ik wel enorm van baal is dat ik lang last blijf houden van mijn rechterarm. De pols, waar de katheter is in gebracht valt wel mee. Die is wel flink blauw maar meer pijn dan een flinke blauwe plek doet, doet dit niet.
Hoe anders is het in de bovenarm. Vooral het gebied rond de biceps voelt aan als een flink beschadigde spier. Al in het ziekenhuis wordt verteld dat dit het gevolg is van de fikse vaatspasmen die ik heb gehad, maar niet dat het zolang gaat duren voor deze pijn afneemt. Zelfs met pijnstilling kan ik de arm niet goed gebruiken. En dat is erg lastig als je extreem rechtshandig bent. Haken lukt niet. Lezen gaat lastig. Kleuren gaat niet. Zelfs het typen van mijn blogs gaat verdraaid lastig. Ik verveel me de eerste dagen dan ook stierlijk en ben zelfs wel een beetje blij dat ik zoveel slaap. Maar gelukkig neemt ook die pijn na anderhalve week af en kan ik in ieder geval weer met mijn hobby’s aan de slag.

Afgelopen zaterdag werd ik een beetje opstandig. Paul was aan het werk. Jasper en Karsten waren naar de boerderij. Tim sliep uit. En ik vond dat de hond uit moest. Maar tot zaterdag was ik niet alleen op pad geweest. Ik keek eens naar buiten, heel aardig weer. Ik keek nog eens naar de hond en dacht: “Wie kan me tegenhouden? Ik ga gewoon. En dan vertel ik achteraf wel wat ik heb gedaan.”
Natuurlijk werd ik betrapt door de buuf, maar toen was ik al weer op de terugweg.
De korte wandeling deed me goed. Even was ik geen patiënt. Even werd ik niet in de gaten gehouden door een bezorgde man, zoon of vriendin. Ik voelde me bijna mezelf. Bijna.

’s Middags in het zwembad komt langzamerhand het besef. Veel mensen spreken me even aan dat ze zo enorm geschrokken zijn en hoe ik me nu voel. Dan weet ik het. Lichamelijk ga ik nu mooi vooruit, maar geestelijk moet de echte klap nog komen. En die is onderweg.
Een iemand lijkt het volledig te snappen. Hij weet het in ieder geval mooi te verwoorden:” Je denkt al snel te weten wat er is gebeurd maar dan is het besef nog maar net onderweg.”

En ik merk het aan veel kleine dingen. De lichamelijke beperking begint me te ergeren. Ik lig spontaan twee nachten wakker te woelen. Het schrijven over mezelf stagneert omdat ik blokkeer. En waar ik de eerste weken menselijk contact op zoek, houd ik nu de boot af. Ik ben bijna zover dat ik me niet meer groot kan houden.