Posts tonen met het label ziekenhuis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ziekenhuis. Alle posts tonen

maandag 4 december 2023

even bij praten

 

 


Het is al even geleden dat ik heb geblogd of mij op social media heb geroerd. En geloof het of niet, dat had wat redenen.

Half september ging ik met mijn moeder samen cruisen naar en in Noorwegen. Het was alles wat ik hoopte en ik hoop op termijn nog eens een cruise te maken maar dan naar Noorwegen en IJsland. Deze cruise was onbedoeld het begin van een lange pauze in het bloggen. Schrijven op een telefoon is nou eenmaal niet echt makkelijk of prettig. Ik hield het dus bij updates via sociale media en nam mij voor bij thuiskomst een uitgebreid blog te schrijven over mijn cruise-ervaring.

Dat liep anders.

 

Bij thuiskomst werd ik al snel overvallen door ziekte. En waar ik tijdenlang het virus heb kunnen ontwijken was ik nu de bok. Ik had corona. En met mij het hele gezin.

Waar ik eerst dacht dat ik er genadig van af kwam, de rest was aanzienlijk zieker dan ik, bleek ik het minst snel op te knappen. Dat opknappen ging zo langzaam dat ik mocht gaan deelnemen aan een covid-hersteltraject.

Al bij de start van het traject bleken er nog wat andere gezondheidsproblemen te zijn waarvoor ik momenteel in de medische molen draai.

 

Ondertussen kreeg het toetsenbord van mijn laptop ernstige kuren. Dus terwijl mijn energie heel langzaam terug kwam had ik nu geen gereedschap meer om te bloggen.

 

Tot overmaat van ramp botste Talyn begin november op mijn fiets tegen een andere fietser. De andere fietser heeft nog iets geroepen maar is toen doorgefietst. Talyn had minder geluk. Niet alleen ligt mijn fiets volledig in de kreukels ook zij had flinke verwondingen. Zo ernstig dat ze met de ambulance naar het ziekenhuis werd overgebracht waar ze van top tot teen werd nagekeken en op de acute opname mocht wachten op een operatie aan breuken in het gezicht. Na vier dagen mocht ze bont en blauw en met diverse hechtingen weer naar huis om te herstellen. Dat herstellen ging ook niet helemaal zonder complicaties maar ze is nu op de goede weg

Na drie weken is eindelijk alle zwelling in het gezicht weg en heeft ze nog een zeer hardnekkige bloeduitstorting op haar kaak. Haar volledig opengereten lip is netjes gehecht en het lijkt erop dat ook de lipfunctie Amet Kerst alles weer eten.

 

Tussen alle arts bezoeken, poli-afspraken, fysiotherapie, logopedie, bloedprikken en andere medische afspraken wordt er ook nog voorbereid op verduurzaming en verbetering van onze woning.

Er wordt een nieuwe hypotheek afgesloten. Er worden offertes opgevraagd en gemaakt. We hebben afspraken voor zonnepanelen plaatsen, vloer isoleren en keuken vernieuwen. En ik probeer ook langzamerhand mijn vrijwilligerswerk weer op te pakken.

 

Kortom, er was even van alles en nog wat aan de hand. Maar ondanks dat de agenda nog steeds erg vol is komt er weer een beetje puf en ruimte om te bloggen. Hopelijk precies genoeg puf en tijd om er binnenkort een kerstverhaal uit te rammelen.

dinsdag 7 april 2015

Weer thuis

Ik ben nog geen half uur thuis wanneer ik in mijn eigen bed stap. Ik ben doodop van even wat kleine stukjes lopen. Braaf als ik ben volg ik ieders advies op en neem mijn rust. Ik vermoed dat ik nog wel even zal liggen woelen maar niets is minder waar. Ik val als een blok in slaap.
Wanneer ik weer wakker word blijf ik even liggen genieten van het feit dat ik in mijn eigen bed lig. Ik verwonder mij ook wel een beetje. Wie verwacht nou dat het thuis in ons drukke gezin rustiger is dan in een ziekenhuis? Ik ben er in ieder geval zeer verbaasd over.

Beneden wacht jongste op me. Dat is openlijk een enorm moederskindje en heeft het al dagen erg moeilijk met mijn gezondheidsfratsen. Het liefst zou hij zich aan mij vast klampen om me continu in de gaten te houden. Het zal veel tijd en overtuigingskracht gaan kosten dat ik echt goed voor mezelf zorg, voorzichtig aan doe en goed op mezelf let. Tot die tijd vertrouwt hij vooral op zichzelf om mij in de gaten te houden en omdat hij nou eenmaal af en toe weg moet, mijn andere oppassen.
Vlak daarna komt middelste thuis van de boerderij. Ik krijg van iedereen en Jan en alleman de groeten en beterschapswensen en dan diept hij een prachtige eigen gemaakte kaart namens de kinderen van de zorgboerderij. Wat een prachtcadeau!

Na het eten word ik overvallen door hevige vermoeidheid en ga ik maar weer naar bed. Ik besef me dat dit is hoe het de komende dagen dus zal zijn. Even wat doen en weer slapen. En dan hopelijk elke dag een beetje meer kunnen doen.
En dus houd ik me ook donderdag aan mijn schema. Veel niets doen en wanneer ik moe ben naar bed. Zo kom ik de dag wel door. Wat ook helpt is dat er een aantal lieve mensen even op visite komen. Het is prettig je geliefd te weten.

Vrijdag is toch een iets mindere dag. Of ik doe misschien toch iets teveel gezellige dingen. Maar feit is dat ik die dag vermoeider ben en vaker in bed kruip. Maar gelukkig kan dat wel allemaal. Manlief is namelijk nog thuis en regelt alles. En hoewel het best moeite kost lukt het u om hem dit ook te laten doen. Toch iets geleerd in de afgelopen week.



maandag 6 april 2015

Voor je rust moet je niet in het ziekenhuis zijn

Op zaal begint het ziekenhuisleven te kabbelen. Na het eten ga ik eindelijk zeer uitgebreid douchen (netjes op een douchestoel hoor). Wanneer ik terug kom op zaal liggen de medeliggers allemaal tv te kijken. Zelf heb ik nog steeds geen afstandsbediening omdat ik tot nu toe veel te moe was om naar een schermpje te gaan liggen staren. Dit is de eerste keer dat ik het een soort van mis. Maar tegelijkertijd heeft het douchen veel energie gekost en is het slimmer dat ik even een dutje ga doen voor het bezoekuur weer begint.
Tijdens het bezoekuur laat ik mijn oudste zonen een afstandsbediening en vers fruit halen zodat ik na het bezoekuur even kan kassie loeren. Maar lang kan ik mij niet concentreren dus mooi op tijd sluit ik mijn ogen voor een redelijke nacht slaap.

De dinsdag kabbelt rustig door. Buiten een verpleegkundige met een folder over de hartrevalidatie en een hartecho gebeurt er weinig rond uw persoontje, al wordt er voorzichtig op gezinspeeld dat u de volgende dag naar huis mag.
Op zaal wisselen twee dames het ziekenhuis in voor hun eigen huis. De lege plekken die ze achter laten worden in de loop van de dag ingenomen door twee heren.
Zo sukkelt de dag een beetje door. En het begint te beklemmen. Het ritme wat net niet mijn ritme is. Het net niet vrijuit kunnen bewegen. Het continu in de gaten worden gehouden. Het gebrek aan privacy. Het niet onbeschaafd in mijn blote kont in bed kunnen liggen. Het misschien morgen naar huis mogen heeft de heimwee wakker gemaakt. Eerst deze dag maar weer door.
In de middag komt mijn huisarts even aanwaaien. Hij blijkt enorm aangedaan door mijn zeer onverwachte hartinfarct. We praten even kort over wat er is gedaan en wat er nog gedaan moet worden al zal dat vast niet veel zijn want volgens zijn overzicht ga ik de volgende dag naar huis. Wanneer de huisarts al op de hoogte is gebracht is de kans dat ik niet naar huis mag wel heel klein. Goed nieuws dus.

In de avond maakt de hele zaal zich al op tijd op om naar bed te gaan. Maar helaas komt er een flinke kink in de kabel. Een van uw zaalgenoten heeft flinke medische aandacht nodig. En dankzij een onwillige arts-assistent moet dit allemaal gewoon op zaal. Zelfs wanneer de nood zo hoog is dat de familie wordt opgeroepen om te waken mag de man niet overgebracht worden naar een andere afdeling. Natuurlijk wens ik de patiënt het allerbeste toe maar ondertussen wil ik toch echt weleens mijn bed in. En dat dan liever zonder de twaalfkoppige familie van de medepatiënt.
De andere verpleegkundigen die late dienst draaien op de afdeling maken in de gauwigheid een afgedankt kamertje in gereedheid zodat de man, zijn familie en wij op zaal toch nog een soort van rust hebben. Maar voor allen geldt dat het nog lang onrustig blijft.

De volgende ochtend ben ik verbaasd dat ik toch nog wat blijk te hebben geslapen. En er is goed nieuws. De zaalgenoot met wie het zo slecht ging is enorm opgeknapt en komt weer terug naar zaal. Dat is prettig wakker worden!

De rest van de ochtend verloopt alweer behoorlijk rommelig. De arts is al vroeg aan bed maar de vraag of ik naar huis mag blijkt toch net iets minder eenvoudig te beantwoorden dan ik had gehoopt. Het blijkt dat er wordt gewacht op bloeduitslagen omdat ik nog geregeld verhoging heb. Punt is alleen dat er al anderhalve dag geen bloed meer is geprikt. De verpleegster gooit al haar regelneverij in de strijd en binnen het kwartier staat er een prikploeg aan mijn bed. Na een dik uur wordt duidelijk dat naar huis mag bellen want ook al zijn de uitslagen nog niet binnen mag ik gewoon naar huis. Mocht er toch iets van een infectie zijn zal er via de huisarts actie worden ondernomen.
Dat is niet tegen dovemansoren. Ik mag naar huis. Ik mag in mijn eigen bed slapen. Ik krijg rust! En ik ben zielsgelukkig.


zondag 5 april 2015

het blijft onrustig

Zondagnacht slaap ik eindelijk weer eens echt. Geen dommeldutje of semi-alert uitrusten. Nee, een echte dikke-snurk en kwijlslaap. Wel droom ik veel, raar en toch zeer realistisch waardoor ik na twee uur wakker overeind schiet en roep: ”Mijn parkeerplaats!!!”. Ik ben erg blij dat ik op een privékamertje lig en dus niemand wakker schreeuw.
Het realistisch dromen en daarvan wakker worden gebeurd die nacht veelvuldig. Het zal wel bij de verwerking horen. En het is een prima opmaat voor de dag die gaat komen.

De maandag is een zeer onrustige dag. Al vroeg in de ochtend wordt besloten dat ik  gewisseld ga worden met iemand op zaal die ’s nachts is binnen gebracht. De uitvoering laat alleen wel erg lang op zich wachten omdat het erg druk is op de afdeling. Zo druk dat ik geregeld de deur van mijn  kamertje dicht doe omdat ik merkt dat ik sterk overprikkeld raak van de georganiseerde chaos en het gekrioel.
Niet dat ik aan de drukte kan ontkomen want een deel van de mensen die langsloopt is op zoek naar mij.
Ik krijg stapels en stapels medicijnen. Medicijnen die ik altijd ’s ochtends in nam staan er niet bij en bij navraag blijkt dat ze niet meer op de lijst staan. Er wordt op de gang telefonisch contact gezocht met de cardioloog of dat wel klopt. Prompt wordt er een overleg gepleegd over een totaal ander medicijn wat mogelijk een negatief effect heeft op de Crohn. De conclusie krijg ik op dat moment niet mee omdat een maatschappelijk werker binnen stapt en de deur dichtdoet.

Zij komt voor een eerste gesprek over hartrevalidatie en ook om te kijken wat voor impact het infarct op mijn geestelijk welzijn heeft gehad.
Hoewel het vast al de zevende of achtste keer is dat ik het verhaal vertel voelt het niet als de zoveelste herhaling. Het is zelfs heel fijn dat dit keer niet het medische aspect de bovenhand heeft maar meer de angst, de schrik en ook het verdriet dat mijn manlief de rottaak kreeg van het vertellen aan mijn moeder en mijn kinderen (iets waar ik zaterdag heel verdrietig om ben geweest).

Het gesprek vergt veel energie, dus wanneer de maatschappelijk werker weg is besluit ik even te gaan slapen. Maar dat duurt niet lang want vlak daarna wordt er warm eten gebracht.
Daar wil ik wel wakker voor worden. Het is namelijk al vier dagen geleden dat ik voor het laatst een fatsoenlijke warme maaltijd heb genuttigd. De snijbonenstamppot smaakt me dan ook uitstekend.
Na het eten ruzie ik wat met de verpleger over het al dan niet moeten opeten van mijn toetje wat mij de uitspraak ontlokt: ”Doe eens even allemaal niet zo streng tegen mij. Zo eigenwijs ben ik ook weer niet.” De blik die ik krijg toegeworpen spreekt boekdelen.

Na de maaltijd draai ik me nog eens op mijn zij voor een dutje maar ook deze is van korte duur. Nu stapt er een fysiotherapeut binnen voor een eerste gesprek over de hartrevalidatie. Ondertussen begint de kakofonie aan geluid zijn tol te eisen. De therapeut bemerkt dit en rond het gesprek lekker snel af en doet bij het weggaan de deur achter zich dicht. Rust.
Maar ook deze mag niet lang duren. Mijn darmen hebben ook door dat er weer eens een fatsoenlijke maaltijd binnen is gekomen en slaan op hol. Niet lang, een keer sprinten is voldoende.


En dan komt er eindelijk een cardioloog binnen. De eerste die ik in het wild ontmoet. De man vertelt kort wat er is gebeurt, wat de gevolgen zijn en dat er wat twijfel is over de medicatie. Vooral de acetylsalicylzuur zou een probleem kunnen opleveren met mijn darmen.
De vraag hoe het met mijn darmen gaat weet ik diplomatiek te beantwoorden. Maar ik ben toch wel verbaasd. Ik heb meer dan tien jaar een acetylsalicylzuurvariant geslikt om de Crohn te behandelen, waarom zou dat dan problemen gaan opleveren?
De opluchting is zichtbaar op het gezicht van de cardioloog. Een mogelijk probleem voorlopig opgelost. Nu afwachten hoe het lijf reageert op het antiklontermiddel wat ik krijg omdat er een stent is geplaatst. Maar ondanks dat de darmen over reageerden op de fatsoenlijke maaltijd, heb ik geen pijn of kramp. De start is dus hoopvol.
Er is meer goed nieuws. Het infuus mag uit mijn hand en de hartmonitor mag af. En dat betekent weer dat ik mag douchen!

Nadat mijn bezoek van die middag weer is uitgezwaaid val ik dan eindelijk in slaap. En ik slaap diep. Wanneer ik mijn ogen weer open doe schemert het en komt er net iemand mijn kamer binnen. Stomverbaasd stel ik vast dat ik nog steeds op mijn privékamer lig. De verpleegster moet lachen. Ze zijn wel een paar keer wezen kijken of ze me konden verhuizen maar ik was zo diep in slaap dat ze hebben besloten me te laten liggen tot ik wakker werd.

Vlak daarna verhuis ik dan eindelijk naar zaal en keert voor vandaag de rust in mijn hoofd terug.

zaterdag 4 april 2015

De volgende dag

Ook op zaterdagavond houd ik de zusters nog flink bezig. Ik krijg koorts, mijn bloeddruk blijft hoog en mijn hartslag is hoog. Daar bovenop zijn er wat dingen in het bloedonderzoek die niet helemaal zijn zoals ze horen. De enzymen die aangeven dat ik een infarct heb gehad blijven stijgen, het kaliumgehalte is te laag en het aantal witte bloedlichaampjes, de leuko’s stijgt. Alles wijst op een infectie. Er wordt nog meer bloed geprikt en urine onderzocht. Een oorzaak wordt niet gevonden.
Er volgt een heel onrustige nacht. Niet alleen doordat de dag door het hoofd blijft spoken maar ook door de koorts. Er komt weinig van het geadviseerde slapen.

De volgende dag is het nog niet veel beter. De koorts zakt wel iets maar het bloedbeeld blijft hetzelfde net als de bloeddruk en de hartslag. Het kaliumgehalte wordt flink aangepakt met en een drankje en pillen.
De andere problemen vergen iets meer tijd. Het grootste probleem is dat ze niet zomaar de eerste keus medicatie kunnen toedienen omdat ik ook Crohn heb.

In de loop van de ochtend word mij gevraagd of ik eventueel wel zou willen worden overgeplaatst naar Meppel. De hartafdeling in Zwolle ligt namelijk propvol. Ik stem in. In Meppel is mijn gezin. In Meppel wonen de meeste van mijn vrienden en kennissen. Als ik dan toch in een ziekenhuis moet verblijven dan het liefst zo dicht mogelijk bij huis.
Helemaal vanzelfsprekend is de overplaatsing niet. Er moet overlegd worden met de cardioloog en met de arts die de katheterisatie heeft uitgevoerd. Er zitten namelijk minuscule propjes in de haarvaten van de kransslagader. De vraag is of daar wat aan gedaan moet worden. Uiteindelijk is het antwoord glashelder. Nee, daar kan niets aan worden gedaan. Alleen tijd kan die schade eventueel misschien wel herstellen. Minder goed nieuws, maar tegelijkertijd betekent het wel dat ik naar Meppel mag.

Een uur later lig ik weer in een ambulance. Ik word overgebracht naar de hartbewaking. Daar word ik voor de zoveelste keer dat weekend aan een andere multikabel gekoppeld om het hart in de gaten te houden, de functies worden nog maar eens gecontroleerd en er wordt bloed geprikt. En dan blijk ik weer eens een wonderlijk mens te zijn. Nog maar net in Meppel en eindelijk daalt de bloeddruk. En de koorts is spontaan een graag gezakt. De enzymen in het bloed laten eindelijk een dalende lijn zien. En de medicatie om mijn hartslag te verlagen doet zijn werk. En het allerfijnste, mijn jongens komen binnen stappen.
Met z’n vieren weten ze het kamertje waar ik lig behoorlijk te vullen. Het is zo fijn ze te zien. Ik had sinds zaterdagochtend alleen jongste even gesproken om hem een klein beetje gerust te stellen. Ik heb de mannen stuk voor stuk enorm gemist.
Ook mijn lieve vriendin Marijke komt binnenvallen. Iedereen is zo blij me te zien dat ik me spontaan het meest geliefde mens in dat hele ziekenhuis voel.

Wanneer iedereen weer weg is moet ik behoorlijk nodig naar de wc. Groot is mijn verbazing en ook mijn blijdschap als de verpleegkundige mij eerst loskoppelt van de grote monitor en de draden koppelt aan een klein kastje. Ik mag mobiel! Ik mag helemaal zelf naar de wc! Ik lig niet meer vast!!!

Omdat alle functies vooruitgaan wordt besloten dat ik met mobiele hartmonitor naar een gewone verpleegafdeling mag. En vlak voor de koffie wordt ik overgebracht naar een klein privé-kamertje. Ik ben zielsgelukkig. Eindelijk een plekje waar het licht uit kan en de deur dicht. Hopelijk zal ik nu na twee prutnachten een paar uur slapen.