woensdag 17 april 2013

Schrijfdoelen


Toen enkele maanden geleden mijn contract bij mijn werkgever afliep nam ik mijzelf voor een deel van de vrijgekomen tijd te besteden aan schrijven. Tot dan toe schreef ik enkel als ik a. tijd had b. iets om over te schrijven had c. er een verhaal al zo lang in mijn hoofd zat en daar zoveel ruimte in nam dat het er uit moest.  En als ik dan ging schrijven moest alles wijken. Net zo lang tot dat wat ik wilde schrijven naar volle tevredenheid stond.
 Achteraf bleek vaak dat er her en der wat typefouten in de tekst zaten. En er miste hier en daar een woord of letter. En sommige zinnen waren krommer dan menig banaan. Meestal was rond die tijd de stemming in huis ook op een dieptepunt aangekomen. Kinderen hadden ruzie, manlief was druk de puinhoop die was ontstaan op te ruimen, boodschappen moesten nog worden gehaald en de hondjes moesten hoognodig hun behoefte doen. Verre van ideaal. Dat moest dus anders.
En niet alleen daarom moest het anders. Ik vond het hoog tijd worden mijzelf en mijn aanleg voor schrijven serieus te nemen. Ik was dan misschien niet iemand die van kleins af aan al schreef. Of iemand die altijd schrijfambities had gehad. Ik vond het wel verslavend leuk en naar mate ik meer schreef werd de kwaliteit steeds hoger. Ik had dus een latent schrijftalent. Daar mocht ik best wat trotser op worden en meer mee doen. En nu kreeg ik de tijd om dat te doen in de schoot geworpen.

Ik begon in januari met het vaste voornemen elke dag een half uur tot een uur te besteden aan schrijfwerk. Dat hoefde niet per se echt schrijven te zijn maar mocht ook gebruikt worden voor research, verhaallijnen optekenen of karakters uitwerken. Maar als snel bleek dit voor mij geen duidelijk genoeg doel. Want hoe meet je of je een half uur hebt besteed aan schrijfwerk? Ik kon wel braaf een half uur achter mijn laptop zitten, maar met mijn ADHD-brein zegt dat weinig. Ik kan 4 uur achter de laptop zitten zonder dat ik enig moment met echt schrijfwerk bezig ben. En als ik wel aan het schrijven ben besteedt ik onderwijl nog steeds veel tijd aan andere dingen. Ik doe tussendoor een was in de machine. Ik bedenk wat we ’s avonds gaan eten. Ik maak vast een boodschappenlijstje. Of er schiet me te binnen dat ik nog een telefoontje moet plegen. Kortom, mijn doelstelling was te onduidelijk geformuleerd om naleving te kunnen controleren. Ook merkte ik dat het continu werken aan een en hetzelfde verhaal mij weinig prikkelde. Ik miste afwisseling en nieuwe uitdagingen.

Ik moest op zoek naar een manier die voor mij wel werkt. Blijkbaar had mijn brein afwisseling, uitdaging en een sterk omlijnd doel nodig. Ik besloot mee te gaan doen aan #WOT van iBlogbuddy . Afwisselend, uitdagend en duidelijk. Elke donderdag een blog over een opgegeven woord. Nog wat later ging ik ook meedoen aan #50 books van Petepel. Elke zondag een blog over een vraag die te maken heeft met boeken en lezen. Hier is helaas een beetje de klad ingekomen omdat op zondag schrijven voor mij niet eenvoudig is. Ik heb wel al een oplossing bedacht, vanaf volgende week zal ik deze blogs op maandag gaan schrijven en plaatsen.
Nu had ik dus twee doelstellingen die aan mijn wensen tegemoet kwamen. Restte nog het probleem rond het fictie schrijven. De uitdagingen liggen voor het oprapen maar hoe kan ik mijn doelstellingen bereiken? Het antwoord bleek voor mij te liggen in het opdelen van het uiteindelijke doel in tussendoelen. Een tussendoel is bijvoorbeeld research doen naar het beroep van mijn hoofdpersoon. Ik bedenk wat ik wil weten en wanneer ik die informatie duidelijk wil hebben. Mijn research is daardoor een stuk gerichter geworden.
Een ander tussendoel wat ik creëer is een streefgetal. Dit streefgetal staat voor het aantal woorden wat ik die dag wil schrijven. Ik probeer dit streefgetal zo realistisch mogelijk te houden waardoor ik eigenlijk altijd mijn doelstelling haal, maar me wel moet inzetten om het te halen. Dit vooral om me gemotiveerd te houden en lanterfanten te vermijden.

Voor sommigen zal het stellen van duidelijke schrijfdoelen ietwat krampachtig en dwangmatig over komen, maar feit is dat het voor mij werkt. Mijn productiviteit is toegenomen. Ik haal gestelde deadlines makkelijker en met minder stress. Mijn inspiratiebronnen zijn uitgebreid. En deze dingen hebben mijn plezier in schrijven vergroot. Een echte win-winsituatie.

zaterdag 6 april 2013

Het heerst


Er is iets gaande in mijn omgeving. Een kentering of bewustwording zo je wilt. Helemaal precies de vinger opleggen lukt me niet maar het laat zich het beste omschrijven als positiviteit. Of hoop. Of geloof.
Maar hoe het ook benoemd wordt, ik zie het sinds een paar dagen opduiken in mijn diverse tijdlijnen. Er worden hele blogs over geschreven. Het laat zich zien in statusupdates. Het wordt getweet. Juist op het moment dat diverse vrienden en kennissen getroffen worden door verlies en verdriet. Een steeds luider wordende oproep te zien, benoemen en ervaren wat er mooi is in het leven.

De eerste keer dat dit tegengeluid me opviel was tijdens de uitvaartdienst van mijn stiefschoonvader. Zijn uitdrukkelijke wens was geweest de dienst te laten draaien om een stuk bijbeltekst, 1 Korintiërs  13: 1-13. Geen preek over sterfelijkheid en vergankelijkheid, maar een loflied op de onvergankelijkheid en onmisbaarheid van de liefde. En dan niet de Hollywood- of bouquetreeksenliefde, maar de liefde voor het leven, de natuur en al wat ons menselijk maakt. Een kleine oproep elkaar met liefde en mededogen te bekijken.
Sindsdien dook het vaker op. Eerst nog klein en onopvallend, maar de laatste dagen groots en duidelijk. Mensen die ons wijzen op dingen waar we gelukkig van worden. Blogs die laten zien dat medeleven en mededogen niet zo ver weg is als we dachten. Opmerkingen waardoor we voelen dat ondanks het verlies, verdriet en gemis er nog zoveel moois is. Reacties op geklaag over het weer die ons er op wijzen dat de natuur niet klaagt maar zich aanpast. En vooral mooie, kleine berichtjes over gebeurtenissen waar je blij van wordt.

Het lijkt wel of het heerst. Alsof het zich als een verkoudheidsvirus uitbreidt. De wil om het goede en mooie te zien. Om het leven te vieren. Een boodschap over geloof, hoop en liefde.

vrijdag 5 april 2013

kleine overpeinzing


Vandaag ga ik weer afscheid nemen van iemand. Het derde definitieve afscheid in twee maanden tijd. En het valt me zwaar. Het verdriet komt steeds harder aan.
Ja, de dood hoort bij het leven. Maar de dood lijkt soms zo onredelijk, zo van alle logica ontdaan, zo oneerlijk.
Wel wordt weer pijnlijk duidelijk dat het leven iets is wat gevierd moet worden. Ondanks pijn, ondanks verdriet, ondanks gemis, is het leven mooi. Er zijn mensen om van te houden, vrienden om mee te delen , mensen om mee te lachen.
Ondanks alle ellende zijn we er nog steeds om van de goede dingen van het leven te genieten. Laten we dat dan vooral ook doen, voor hen die het niet meer kunnen. Leve het leven en vier het volop!

donderdag 4 april 2013

#WOT deel 14


Survivalkit ~ is een pak met basisbenodigdheden met het vooruitzicht voor jezelf te kunnen voorzien in een noodtoestand

Een #WOT-woord met een twist deze keer, want er wordt gevraagd te denken aan een mentale survivalkit. Dat wat je nodig hebt om een mentale crisis te overleven.

Ik zou heel hard willen roepen dat ik zo’n survivalkit niet nodig heb. Maar dat zou een pertinente leugen zijn. Als ik alleen al naar de afgelopen maanden kijk heb ik al aardig wat mentale crises bezworen. Het is alleen lastig om te bedenken wat daarvoor nodig is geweest. Om uit het diepe, zwarte gat te komen waar ik mij in op zo'n moment bevind.
Ik zou graag willen zeggen dat vrienden bij mijn survivalkit horen, maar mijn vrienden weten dat dat niet waar is. Vriendschap, praten en delen zijn wel heel belangrijke onderdelen van het proces wat na het overleven komt, het herstel. Net zoals liefde. Liefde voor het leven, liefde voor en van manlief, liefde voor en van de kinderen.

Mijn reddingsboei blijkt altijd dezelfde te zijn. Een laptop en een worddocument. En vroeger een pen en papier. En afzondering om in stilte te kunnen schrijven. Schrijven is mijn levenslijn.
Schrijven helpt mij de chaos in mijn hoofd te ordenen. Het laat mij mijn gevoelens in kaart brengen. Het helpt mij duidelijk te krijgen wat er gaande is in de kronkels van mijn zijn. Terwijl ik schrijf kanaliseer ik gevoelens, gebeurtenissen en  indrukken. En zodra ik hier mee bezig ben, voel ik dat er iets anders in mij gaat stromen. Een onverzettelijkheid. Een verbetenheid. Iets wat zich niet zomaar laat wegdrukken. Ik laat mijn innerlijke kracht vrij. Een kracht die mij overeind rukt omdat het niet in een diep gat wil zitten. Een kracht die mij op koers houdt omdat het van geen wijken weet. Een kracht die mij niet opgeeft omdat ze onderdeel van mij is en weet dat we samen alles aankunnen.  
Zodra ik in woorden heb gevangen wat mijn probleem is heb ik de innerlijke kracht om de volgende stap te zetten. Die van geloof, hoop, liefde en vriendschap.

Write On Thursday. #WOT. Iedereen kan meedoen, het is een creatieve schrijfopdracht, vrij om te bepalen hoe je dat wilt doen, zoals het bij bloggen hoort en mag kort, lang, in blog, flog- of vlogvorm. Het gaat erom dat je het woord wat elke donderdag gebruikt gaat worden in z’n meest vrije vorm kan uitleggen. Wat vind je ervan, hoe denk je erover, heeft het een metaforische werking, zijn er vergelijkingen, kun je een anekdote terughalen, laat het je dromen of is het vlak en abstract? 

woensdag 3 april 2013

van die dagen


Er zijn dagen waarop ik vergeet dat mijn jongens alle drie een diagnose hebben. Er zijn dagen dat alles van een leien dakje loopt. Van die dagen dat ik geen moment stilsta bij ADHD, autisme, angsten of dwangmatig gedrag. Het zijn dagen waarvan ik achteraf besef dat ze bestaan. Dagen waar ik achteraf van geniet. 

Er zijn ook dagen waarop bovenstaande mijlenver van mij af lijkt te staan. Dagen waarop je telefoon krijgt van een agent dat een van je jongens mede door zijn impulsiviteit iets enorm doms heeft gedaan. Dagen waarop een van je jongens totaal flipt in een schoenenwinkel omdat hij niet kan kiezen tussen twee paar. Dagen waarop je een van  je jongens bijna huilend aan de telefoon krijgt omdat hij je na een half uurtje al mist en moet weten of alles nog wel goed met je gaat. Dagen waarop je mail krijgt dat de begeleidster van een van je jongens dringend een gesprek wil hebben over het nut van de training die ze hem geeft.

Soms heb ik zo’n opeenvolging van dagen waarop ik met mijn neus op de feiten word gedrukt. Dagen waarop ik geen moment niet stil sta bij ADHD, autisme, angsten of dwangmatig gedrag. Dagen waarop ik weer zeker weet dat mijn leven niet snel saai te noemen is. Dagen waarop ik hartstochtelijk verlang naar de dagen dat mijn leven wel saai lijkt.

dinsdag 2 april 2013

Autismedag


Vandaag is het volgens het  journaal wereldautismedag en om aandacht te vragen is voormalig paleis Soestdijk in blauw licht gezet. Dat was het hele item. Geen uitleg, geen deskundige, geen persoon met autisme. Enkel een eenvoudige mededeling. Voor de rest heb ik ook weinig aandacht gezien in andere media. Ik ben voor aandacht voor autisme. Er is zoveel onbekendheid. Er zijn zoveel vooroordelen. Er is zoveel onwetendheid. Maar als dit de manier is waarop die broodnodige aandacht moet worden bewerkstelligd, laat dan maar.
Sowieso heb ik moeite met een speciale dag. Het doet me altijd denken aan secretaressedag of dag van de leraar, dagen waarop je je waardering voor een beroepsgroep kunt tonen. Het lijkt me dat het hier ergens anders om gaat.
Aandacht voor autisme is noodzakelijk geworden. Het lijkt misschien een modediagnose maar feit is dat autisme beter wordt herkend door de hulpverlening . Feit is ook dat die vervelende, intelligente maar luie en buiten-de-boot-vallende kindertjes van vroeger op latere leeftijd alsnog een diagnose kregen. Feit is dus dat mensen met autisme bestaan. Het lijkt misschien alsof er steeds meer mensen met een autistische stoornis komen. Maar eigenlijk zijn ze er altijd al geweest. Er is binnen bepaalde groepen enkel meer bekendheid en kennis gekomen
Op scholen is dit goed te zien. Als er eenmaal één kind met autisme is, worden mogelijke andere autistische kinderen beter geobserveerd waardoor er meer diagnoses worden gesteld. Er heeft geen besmetting plaats gevonden, het wordt eerder herkend. Herkenning is de eerste stap die gezet moet worden voor adequate ondersteuning en eventuele hulpverlening. Daarom is aandacht voor autisme nodig.
Maar niet alleen daarom. Ook om te begrijpen dat iemand je liever geen hand geeft. Om te begrijpen dat er mensen zijn die geen volle wachtkamer in willen gaan. Om te weten dat  een gesprekspartner die maar door blijft praten over een bepaald onderwerp niet per sé onbeschoft is maar niet weet wat te zeggen of zelfs niet door heeft dat hij/zij doorratelt. Om zoveel meer redenen nog . Zoveel redenen dat een dagje aandacht niet genoeg is.

donderdag 28 maart 2013

#WOT deel 13

Ticket ~ 1) Bewijs van toegang 2) Biljet 3) Entreebiljet 4) Entreekaart 5) Kaartje 6) Plaatskaart 7) Plaatsbewijs 8) Passagebiljet 9) Reisbiljet 10) Stembriefje 11) Toegangsbewijs 11) Vliegbiljet


Vanmorgen keek ik reikhalzend uit naar de tweet met het nieuwe #WOT-woord. Het schrijven van verhalen heeft de afgelopen dagen al mijn schrijftijd ingenomen. En niet alleen mijn schrijftijd. Er was eigenlijk geen moment dat ik er niet mee bezig was.
Tijdens het boodschappen doen dacht ik na over hoe ik het karakter van de hoofdpersoon moest neerzetten. Bij het doen van de was was mijn hoofd bij de sfeertekening. En wanneer ik aan het koken was dwaalden mijn gedachten af naar de plotontwikkeling.
In mijn hoofd was ik continu bezig met de verhaallijnen die geschreven moesten worden. Niet alleen best vermoeiend maar er bleef geen tijd en ruimte over voor ‘gewone’ blogs.

Gisteren zette ik de laatste punt achter de verhalen. Niet dat ze helemaal af zijn, maar voor de volgende fase, het schrappen, schaven en herschrijven heb ik afstand nodig. Als een verhaal net af  is, heb ik moeite de zwakke plekken en kleine foutjes te zien. Ik ben enkel trots dat het me weer gelukt is een verhaal vanuit de kronkels van mijn fantasie in woorden te vangen. De euforie van het moment moet voorbij zijn voor ik kritisch kan kijken. Ik  moet de verhalen figuurlijk loslaten.
Het is tijd om het schrijfdeel van mijn hersens ergens anders op te richten. Maar mijn hoofd voelt zo leeg zonder die verhalen dat ik een beetje inspiratieloos ben. Een dag niet schrijven is geen optie. Ik heb juist om de angst voor inspiratieloosheid met mijzelf afgesproken elke werkdag te schrijven. Ik hoop van harte dat #WOT mij weer op weg helpt.

Dan zie ik de tweet met het woord verschijnen. Geen slecht woord. Een woord wat je, ondanks de vrij eenduidige betekenis, op vele manieren kan toepassen. Maar het roept niet meteen iets bij me op. Geen herinnering, geen gebeurtenis, geen kronkel. Ik zucht even diep om mijzelf en besluit boodschappen te gaan doen. Het gebeurt vaker dat ik dan plots een ingeving heb.

Helaas werkt het deze keer niet. Een beetje moedeloos neem ik weer plaats achter de laptop en open toch maar een nieuw worddocument. De eerste zin staat al snel. Dan begint het nadenken weer. Hoe anders loopt het dan ik had gehoopt. Het #WOT-woord zou me inspiratie geven. Het  zou me op de rails zetten. Het zou mijn ticket weg uit de leegte zijn. Helaas lijkt het niet te werken.
Ik zucht nog eens diep. En dan dringt tot mij door wat ik zojuist dacht.

Write On Thursday. #WOT. Iedereen kan meedoen, het is een creatieve schrijfopdracht, vrij om te bepalen hoe je dat wilt doen, zoals het bij bloggen hoort en mag kort, lang, in blog, flog- of vlogvorm. Het gaat erom dat je het woord wat elke donderdag gebruikt gaat worden in z’n meest vrije vorm kan uitleggen. Wat vind je ervan, hoe denk je erover, heeft het een metaforische werking, zijn er vergelijkingen, kun je een anekdote terughalen, laat het je dromen of is het vlak en abstract? Wil je andere #WOT woorden terugvinden, check hier