Toen één van mijn kinderen aangaf niet hetero te zijn,
voelde ik veel. Ik was blij dat mijn kind zich veilig genoeg voelde dit te
vertellen. Ik voelde opluchting dat ik zo open reageerde als ik altijd gehoopt
had dat ik zou doen. En ik voelde angst. Angst dat het leven plots een stukje
moeilijker was geworden voor mijn kind.
Ik voelde ook teleurstelling. Ik was teleurgesteld dat
ik toch een negatief gevoel aan koppelde
aan iets wat in mijn ogen eigenlijk niet meer dan een dienstmededeling zou
moeten zijn.
Een tijd later bleek ook een ander kind van ons niet
hetero te zijn. Ook kwam naar boven dat twee van onze kinderen niet Cis waren,
ze mogen dan als jongen geboren zijn, dit is niet hoe ze zich voelen.
Weer kon ik blij zijn dat ik open reageerde. Maar hier kwamen toch een hoop
meer gemengde gevoelens bij los.
Rouw om het loslaten van het beeld wat ik van mijn
kinderen had en mijn toekomstverwachtingen. Verdriet dat ik het niet eerder
wist en mijn kinderen niet had kunnen steunen zoals ik had gewild. Onzekerheid
hoe dit nieuws zou gaan vallen in familie en vriendenkring. Angst hoe de
buitenwereld met mijn kinderen zou omgaan.
Niet Cis zijn riep ook veel vragen op. Ik wist weinig
over genderdysforie, evenals over transities, alle termen die ook onder trans vielen
of in het algemeen over gender.
Mijn kennis op dit gebied is enorm gegroeid. Dat neemt niet weg dat ik nog
steeds niet volledig begrijp hoe het voelt, wat het met je als persoon doet en hoe
het je leven beïnvloedt. Wel weet ik dat dit per persoon verschilt. Net zoals het
verschilt hoe mensen dit tot uiting brengen.
Wat ik als ouder momenteel lastig vind is hoe ik mijn
kind kan steunen in de huidige stroom van negativiteit omtrent niet conforme gender
en seksualiteit. Hoeveel energie steek je in uitleggen dat het geen kwestie van
willen is maar van zijn? Wanneer negeer je desinformatie en wanneer probeer je
deze te weerleggen? Wat maak je zichtbaar en openbaar voor zichtbaarheid en
inclusie en wanneer scherm je juist af ter bescherming?
Wat wijsheid is moet ieder voor zichzelf uitmaken. Wel
kunnen we als ouders elkaar ondersteunen. We kunnen gezamenlijk informatie
inwinnen. We kunnen kennis delen. We kunnen onze gevoelens uitspreken en merken
dat we daarin niet alleen zijn. We kunnen onze twijfels en zorgen delen, maar
ook onze trots en succesverhalen. Als ouders kunnen we elkaar helpen onze
kinderen te begrijpen.
Dat is waar we ‘Kind uit de kast’ voor organiseren. Voor
ouders die er willen zijn voor hun kind maar niet altijd alles begrijpen. Voor
ouders die graag eens van gedachten wisselen met andere ouders. Voor ouders die
niet alleen maar blij zijn als hun kind uit de kast komt, maar zich zorgen
maakt over de tijd waarin we leven, over reacties van familieleden, over de
toekomst van hun kind.
Bij ‘Kind uit de kast’ willen we ouders samen brengen,
zodat ze het niet alleen hoeven te doen. Want samen weten we meer. Samen kunnen we meer. Samen kunnen we de
wereld van onze kinderen een stukje mooier maken.