Posts tonen met het label stent. Alle posts tonen
Posts tonen met het label stent. Alle posts tonen

zondag 3 mei 2015

Swingen en meer

Het is een wisselvallige week geweest. Niet alleen voor wat betreft het weer, maar vooral ook qua humeur. Ik swing wat af tussen tranen in de ogen en lach, tussen zwaar geërgerd en giebelend om mijn eigen gedrag.

Op Koningsdag ben ik behoorlijk passief. Ik hang wat voor de tv en vind mezelf heel erg zielig. Maar ergens in de middag ben ik mezelf zat. Ja natuurlijk kan ik blijven hangen en mezelf zielig vinden, maar ik kan ook proberen mezelf aan te zwengelen en op de fiets even naar de stad gaan. Ben ik dan na een half uur moe, dan ben ik na een half uur moe. Maar van passief hangen en alles maar laten wezen word ik ook niet beter.
Ik ben inderdaad op de fiets gestapt en samen met de twee jongste mannen naar de stad gefietst. Zij hebben zich even flink uitgeleefd op de opblaasbare hindernisbaan terwijl ik met vriend Jan die ik daar tegenkwam een bier dronk. En ja, ik was na een uur heel moe, maar wat was dat een lekker biertje.

Ook de dagen er na swing ik wat af. De ene keer letterlijk, de andere keer ernstig figuurlijk. Maar toch voelt het als een vooruitgang. Tot die tijd voelde ik namelijk vooral gelatenheid. ‘Een infarct? O,goh.’
“Ben ik geschrokken?  Geen idee eigenlijk.’
‘O het was een ‘serious event’? Goh, dat is me wat.’
‘Maatschappelijk werk valt zeer aan te bevelen? Nou vooruit, dan doen we dat.”

Alles was onwerkelijk. Alles voelde onwerkelijk. Eigenlijk was ik gevoelsmatig met stomheid geslagen. En dat is doorbroken. Weg is de stilte in mij als iemand mij vraagt hoe het gaat. Maar daardoor komt er ook weer ruimte voor echte vrolijkheid en oprecht genieten. En dat zal ook vast wel weer in proportie schieten.

Donderdag begint het echte revalidatiewerk. In de ochtend is er een voorlichtingsbijeenkomst. Best confronterend dat slechts twee van de twaalf aanwezige hartpatiënten vrouw is. En over leeftijd hebben we het maar helemaal niet meer.
Ook de film die we kijken is behoorlijk confronterend. Misschien niet meteen op dat moment maar al op weg naar de auto hebben manlief en ik een diepgaand gesprek wat dit infarct tot nu toe met mij heeft gedaan. Ik benoem zelfs voor het eerst mijn zorgen over mijn gelatenheid, mijn tja-het-zal-allemaal-wel-gevoel en mijn irritatie dat iedereen zo nodig moet vertellen dat ik ze zo heb laten schrikken en ik me nog verontschuldig ook.

’s Middags mag ik fysiek aan de bak bij mijn eerste bewegingssessie. Het valt me niks tegen. Het fietsen gaat me redelijk af, al voel ik de bovenbenen flink. Het daarop volgende spelmoment (knotsenhockey) gaat ook goed al ben ik af en toe iets te fanatiek en moet ik even een tandje terug schakelen. Na afloop ben ik behoorlijk bezweet en dat schijnt heel goed te zijn. En de spierpijn de volgende dag bevestigt nogmaals dat ik flink mijn best heb gedaan. 

donderdag 2 april 2015

Zomaar een zaterdag?

En dan zomaar lig ik op een zaterdagavond in Zwolle in het ziekenhuis naar het plafond te staren. Dan rijst toch de vraag: ”Well,how did I get here?”.

Achteraf gezien begint de route ergens bij die vage vermoeidheidsklachten van de afgelopen tijd. Daar komt die beschamend slechte conditie bovenop. En voilà, de eerste stappen zijn gezet.

Op donderdag ben ik in de stad om boodschappen te doen en wat dingen voor een cadeautje voor vriendin Janine te halen. Ook trakteer ik mijzelf op een nieuwe outfit. Echt grote klachten heb ik niet maar er zijn wat kleine vage lastigheidjes. Ik heb het wisselend koud en warm, wat klam zweet, een brandend gevoel rond het borstbeen en vooral heb ik last van een vaag gevoel dat ik niet fit ben.
Eenmaal weer thuis kruip ik op mijn stoel. Even uitrusten, even bijkomen. Helaas helpt dit niet echt veel. Ik voel me zelfs plots doodziek worden. Alsof ik een acute aanval van griep heb. Ik doe wat iedereen met griep doet. Overgeven, een emmer binnen handbereik zetten,het bed in en slapen.
Wanneer ik weer wakker word voel ik me geradbraakt. Maar de zware misselijkheid is weg en het brandende gevoel een stuk minder.

Vrijdag gaat het alweer een stuk beter al heb ik nog wel steeds dat zeurende, brandende pijntje en het gevoel dat ik moet herstellen van een behoorlijke griep.

Zaterdagochtend voel ik me verre van fit. Ik heb heel onrustig geslapen met veel rare dromen en veelvuldig wakker worden. Dus wanneer de jongste twee jongens zijn opgehaald door de mensen van de zorgboerderij ga ik snel mijn bed weer in. Geen betere remedie tegen vermoeidheid dan slapen toch?

Het is geen succes. Nog geen half uur later word ik wakker van een brandende pijn rond het borstbeen, zo heftig dat ik kotsmisselijk ben van de pijn. Maar net op tijd weet ik de badkamer te bereiken. Mijn eerste heldere gedachte is: ”Potdikke, ik heb dus wel een griep te pakken.”
Mijn hele lijf voelt zich ellendig, de pijn in de borstkas is nauwelijks nog te harden en er lijkt maar geen eind te komen aan de misselijkheid en het tot kotsen aan toe hoesten.

Na een half uur wil ik alleen nog maar liggen. In een wat rustiger moment sleep ik mij terug naar bed. Elke stap koste zoveel energie dat ik meerdere malen denk aan opgeven en gewoon op de grond gaan liggen.
Uiteindelijk weet ik het bed te bereiken. Maar nog voor ik erin lig, zit ik alweer rechtop. Ik moet terug naar de badkamer. En dus ga ik terug naar de badkamer alwaar alle ellende van voren af aan begint. Elke beweging doet pijn. En elke pijn maakt me misselijk en laat me tot overgeven aan toe hoesten. Op een gegeven moment voel ik me zo ellendig dat ik denk: ”Ik ga hier liggen en ik stop ermee. Laat het leven maar over zijn.” En terwijl ik dat denk weet ik dat ik direct hulp moet zoeken.
Ik heb mij terug gesleept naar het bed en manlief wakker gemaakt met de woorden “ik heb nu een dokter nodig”.

Om half een kunnen we bij de huisartsenpost terecht. Het lijkt onmogelijk maar de weg er naar toe laat me me nog beroerder voelen. Elke inspanning voelt mijn borstkas alsof hij in de fik staat en elke beweging lokt een nieuwe niet tegen te houden hoestbui uit.

De huisarts denkt aan acute ontsteking, en de brandende pijn kan heel goed een gevolg zijn van het vele kokhalzen en overgeven. Het klinkt zeer aannemelijk. Maar ergens zeurt er iets in mijn hoofd. Het infarct wat mijn broer begin januari heeft gehad maakt mij angstig. Wat nou als die pijn van mijn hart komt? Zal er dan toch iets erfelijks spelen? En ik weet ook vrij zeker dat de pijn er was voor het hoesten. Echt mijn twijfel duidelijk maken lukt niet doordat praten heel moeizaam gaat. Maar blijkbaar is mijn angst en twijfel toch wel duidelijk en begint er ook bij de arts twijfel te knagen. Ze besluit me toch even naar de spoedeisende hulp te sturen.

Op de eerste hulp wordt er bloed afgenomen. De verpleegkundige vertelt ons dat die uitslagen wel een uurtje op zich laten wachten en dat ze in die tussentijd wat andere dingen zullen controleren om mijn grote ongerustheid weg te nemen. Ze sluit me aan op het ECG-apparaat, maakt een afdruk en schrikt zichtbaar. Snel loopt ze weg. Wanneer ze terugkomt is dat met een dokter in haar kielzog die vertelt dat er toch iets niet goed is met het hart, dat er een ambulance is opgeroepen en dat ik zo snel mogelijk naar Zwolle word overgebracht. Ik krijg een pufje nitro en vooral heel vaak te horen dat ik mij vooral geen zorgen moet maken omdat alles goed zou komen.

Ook in de ambulance herhaalt zich dit. Dat we met toeters en bellen rijden is ‘standaard in deze situatie’ ‘niets om je zorgen over te maken’ en vooral ook ’zodat je snel wordt geholpen en alles helemaal goed komt’ (pas maandag realiseerde ik me dat ik onderweg nog twee pufjes nitro heb gehad omdat de pijn weer toenam)

Ook in Zwolle gaat alles snel. Er wordt bloed afgenomen, er wordt een opnamelijst doorgenomen, er worden nog meer plakkers geplakt en tijdens dit alles komt er iemand in operatiekleding aan om mij mee te nemen naar de ‘katkamer’. Er wordt verteld wat er allemaal gaat gebeuren en dan slaat de paniek toe. Ik wil vluchten en omdat ik geen kant op kan weet ik maar een uitweg. Slapen. Helaas, de dotterprocedure wordt uitgevoerd terwijl je bij bewustzijn bent. Slapen mag wel, maar dan moet je wel zelf in slaap vallen. Ja, lou loene natuurlijk. Ik heb alles meegemaakt. Van het inbrengen van de katheter via de vaatspasmen tot het aanbrengen van de stent aan toe. Doodeng vond ik het, ondanks alle begeleiding, geruststelling en bemoediging.


Het is rond half vijf  dat ik vanuit de katkamer naar de observatieruimte word overgebracht. Er wordt verteld dat ik een hartinfarct heb gehad, dat ik waarschijnlijk donderdag al een kleine heb gehad, dat ik ben gedotterd en dat er een stent is geplaatst. En vooral ook dat ik nu eerst moet gaan uitrusten, een begin maken met herstellen.
Maar ondanks de slaappil blijft het spoken in mijn hoofd. “What the hell did just happen? How did I get here?!?!”