woensdag 21 oktober 2020

#wot deel 42 2020

 

Route = 1) Af te leggen weg 2) Baan 3) Etappe 4) Gespecificeerde scheepvaartweg 5) Koers 6) Pad 7) Reisplan 8) Richting 9) Traject.

 

Het is een tic, het uitzoeken van de beste, snelste, meest optimale route. Een oude gewoonte die is overgebleven uit het tijdperk voor de navigatiesystemen.

 

Thuis gingen we uitgebreid kijken in Het Beste Boek van de Weg, een boek wat bij bijna elke Nederlander in de kast stond. We keken waar we naartoe wilden, welke wegen er naar toe leidden en welke afslagen voor ons de meest gunstige zouden zijn. Vele kladblaadjes later hadden we een lijst met plaatsnamen en wegennummers. De route was uitgestippeld.

 

Eenmaal onderweg was het mijn taak de juiste afslagen op de ANWB-borden te koppelen aan de plaatsnamen en wegennummers op het papiertje.

Natuurlijk ging dat niet altijd goed. Soms namen we een afslag te vroeg. Soms realiseerde ik me iets te laat dat we de afslag die we bijna gingen passeren moesten hebben en heel soms begreep de chauffeur me net wat te laat. En heel af en toe waren de chauffeur en ik zo aan het kleppen dat we minstens drie afslagen hadden gemist.

Waar de eerste situaties redelijk op te lossen waren was het laatste geval toch wat lastiger. Gelukkig hadden we voor nood onderweg ook een Michelin Wegenatlas in de auto. Zo kwamen we altijd op de plek van bestemming en ook weer thuis.

 

Toen de navigatie ook in onze levens doordrongen veranderde er veel. Na twintig jaar trouwe dienst verdween Het Beste Boek boven in de boekenkast, de boekenkast waar boeken staan die niet weg mogen maar waar we ons eigenlijk geen raad mee weten. Het Michelinboek had meer pech. Dat was in zeer goed gebruikte staat en is twee auto’s geleden van zijn plicht ontheven.

 

Toch hebben we niet het hele ritueel bij het vuil gezet. Alleen kijken we nu van te voren op een onlineroute waar we ongeveer langs moeten en welke afslagen ons naar onze bestemming brengen. Erg interessant omdat verschillende systemen nog al eens van mening verschillen over wat de snelste, beste of slimste route is. Zo bijzonder dat de ANWB, Apple maps en Google maps het daar maar niet over eens kunnen worden.

zondag 18 oktober 2020

Strubbelingen

 

Het is zondagavond half tien. Ik zit op de bank met mijn laptop voor me. Ik staar naar een leeg document. De cursor knippert gestaag. Het knipperen ergert me. Het lijkt me uit te dagen. Of misschien zelfs wel te beschimpen. “Toe dan. Typ dan. Jij had toch zoveel te zeggen over het #wot-woord?”.

De toon van de cursor is opmerkelijk gelijk aan de toon die mijn innerlijke criticus aanslaat. Provocerend, misschien zelfs een tikje denigrerend.

 

Mijn hoofd is vol. Zinnen buitelen over elkaar heen. Zinnen vol woorden, meningen, voorstellingen. Allemaal vertellen ze een onderdeel van mijn verhaal. Helaas vertellen ze allemaal een andere kant van hetzelfde verhaal. Samenhang is ver te zoeken. Nergens wordt het zinnig.

Ik wil het bijltje erbij neer gooien maar tegelijkertijd wil ik me niet laten kennen, me niet laten klein krijgen door de krioelende woorden en het lege document.

 

Ik ben vaak begonnen met schrijven. Als kind al begon ik in elk leeg schrift wat ik kocht of kreeg een verhaal. Even zo vaak stopte ik weer. Het leek me maar niet te lukken om dat wat ik in mijn hoofd had op papier ( later op een scherm) te krijgen.

Toch ben ik gaan bloggen. Ik wilde zo graag stukjes van mijn leven delen dat ik gewoon begon. Ik plaatste blogs en mensen lazen het. Ze leefden mee, dachten mee en gaven feedback. Zowel over de stukjes uit mijn leven als over mijn schrijven. Sommigen motiveerden me zelfs toch weer eens verhalen te maken. Gewoon in blogvorm, dus niet meteen een heel boek maar korte verhalen.

 

In schrijven kan ik mijn ziel en mijn zaligheid kwijt. Ik durf het alleen niet altijd. Soms is mijn ziel te kwetsbaar. Een andere keer mijn zaligheid te groot. Ook ben ik op dit gebied nog altijd onzeker.

Dat laatste heeft al vele blogpauzes opgeleverd. De innerlijke stem die me vraagt of er wel iemand op mijn schrijfsels zit te wachten. Of ik recht van spreken of schrijven heb. Of ik mijn hersenspinsels wel open en bloot op internet moet zetten. Of ik überhaupt wel iets te melden heb.

 

Maar toch wil ik schrijven. Iets in mij wil verwoorden wat ik voel. Iets in mij wil gelezen worden. En dat iets is zeer vasthoudend, want hoe vaak ik ook daadwerkelijk het bijltje er bij neergegooid heb, ik ben even zo vaak toch weer begonnen met bloggen. Dat maakt mij of erg volhardend, of zeer koppig, of een beetje dom. Schrijven geeft een invulling aan mijn bestaan. Een soort van ‘scribo ergo sum’.

 


 

 

woensdag 14 oktober 2020

#wot deel 41, 2020

 

Mondkapje = 1) beschermingsgerei 2) kapje dat over neus en mond valt en in coronatijd geadviseerd wordt

 

Als klein meisje waren er een paar dingen die ik wilde kunnen. Ik wilde kunnen lezen want ik was geïntrigeerd door boeken. Ik wilde kunnen schrijven want ik wilde niets liever dan verhalen creëren. En ik wilde kunnen handwerken. Het leek me fantastisch om vanuit het niets iets te kunnen scheppen. En in mijn beleving was er geen hogere kunde dan iets nuttigs kunnen fabriceren.

 

Het lezen was een vaardigheid die ik zeer rap onder de knie had. En één waar ik mateloos van genoot. Wanneer het maar even mogelijk was kroop ik in een boek en verdween naar de wereld die door het lezen ontstond.

Handwerken en creatief schrijven waren toch wel een ander verhaal. De basisvaardigheden waren niet het probleem. Er waren wat andere factoren die het uitoefenen bemoeilijkten. Rust in de kont was daar er daar een van. Snel verveeld zijn was een andere. En dan was daar nog die derde, overgeleverd zijn aan de chaos in mijn hoofd.

 

Wanneer ik las stapte ik in een wereld die door letters geschapen was. Woorden gaven vorm. Zinnen gaven richting. Het verhaal bracht structuur aan.

Wanneer ik zelf ging schrijven moest mijn brein dat zelf doen. Bedenken hoe deze wereld er uit zou zien. Hoe een personage zou zijn. Wat er in deze fantasiewereld zou gebeuren. Alles moest ontstaan uit mijn hoofd. En mijn hoofd maakte daar een potje van.

Ik was zo bezig met kleuren, richting aangeven en structureren dat ik daar in verzandde. Helemaal omdat mijn brein geregeld een andere kant opging dan ik van te voren had bedacht. In plaats van duidelijkheid creëerde mijn brein nog meer chaos.

 

Met handwerken gebeurde hetzelfde. Mijn brein kreeg alle ruimte en ging volledig los. Het schoot alle kanten op. Structuur was nergens te bekennen. Verveling sloeg toe bij teveel herhalende handelingen. En waar het naar toe moest veranderde per hersengolf.

 

Hoewel het er toen niet op leek heb ik daar koppigheid vele vaardigheden toch opgedaan. Ik leerde mezelf naaien toen ik een jaar of twintig was. Ik ging creatief schrijven toen ik beging dertig was. Ik leerde haken toen ik veertig was.

In de loop der jaren leerde ik namelijk hoe ik kon omgaan met een deel van de chaos in mijn brein. Hoe ik soms zelfs gebruik kan maken van die creatieve gedachtenstorm. Maar nog altijd lukt het me niet blanco te starten.

 

Schrijven doe ik hat liefst naar aanleiding van een opdracht want die geeft houvast en richting. Haken doe ik volgens patroon omdat dat structuur geeft. En zelfs iets simpels als het naaien van mondkapjes doe ik van patroon.

Zolang ik een patroon heb weet ik waar ik moet beginnen, welke kant ik op moet en wat nodig is om het resultaat te behalen. Welke kant mijn gedachten ook opspringen, ik kan altijd weer terug naar waar ik nog wel wist waar ik heen ging. Mondkapjes maken als mijn nieuwe zen-bezigheid.

vrijdag 2 oktober 2020

#WOT deel 40, 2020

 

Koffie = 1) Aftreksel 2) Alcoholvrije drank 3) Bakkie troost 4) Bruine drank 5) Genotmiddel 6) Geurige drank 7) Leut 8) Nagerecht 9) Slaapwerend middel 10) Slemp 11) Troost 12) Bakkie pleur.

 

Een van de grootste misverstanden van de afgelopen jaren is toch wel dat ik een enorme koffieleut ben. Al jaren word ik zo beschouwd. En dat snap ik ook wel want ik ben ook jaren een echte koffieleut geweest.

Het eerste wat ik deed als ik wakker was, was een kop koffie drinken. Dan nog een en dan ging ik voorzichtig aan over tot de orde van de dag. Zonder koffie was ik geen mens.

 

Ik merk dat velen mij nog steeds zo zien. Het eerste wat me wordt gevraagd na de begroeting is: “Koffie?”.  Als ik ‘nee’ zeg is de verbazing groot. Ik zal toch niet ziek zijn? Ik drink toch altijd koffie? Als ik dan vertel dat ik 3 maximaal 4 koppen per dag drink word ik bijna niet geloofd. Toch is het waar.

 

Na mijn hartinfarct heb ik mijn koffie-inname drastisch beperkt. Of het een reactie op de medicatie is of een gevolg van de restschade weet ik niet maar ik krijg vreselijke hartkloppingen als ik (te)veel koffie drink. En aangezien hartkloppingen verre van prettig zijn ben ik daar mee opgehouden.

Ik ben ook meteen een veel kritischer drinker geworden. Waar eerder smaak niet zoveel uitmaakte wil ik nu toch wel graag op een lekkere manier mijn cafeïne binnen krijgen. Dus voor mij liever geen senseo, geen automatenkoffie en al helemaal geen cafeïnedrap die in zieken- en verzorgingshuizen doorgaat voor koffie. Dan maar een snob. Dan maar geen koffie.

maandag 28 september 2020

#WOT deel 39 2020

 

Fiets = 1) Door spierkracht aangedreven voertuig 2) Draver 3) Rijwiel 4) Sportartikel 5) Stalen ros 6) Tweewieler 7) Vélocipède 8) Vervoermiddel

 

Een echte toerfietser ben ik nooit geweest maar ik heb zeker geen hekel aan fietsen. Er was een tijd dat ik bijna vergroeit was met mijn zadel.

Ik deed bijna alles op de fiets. De kinderen naar school brengen, naar de markt, boodschappen doen. Zonde van de benzine om daar de auto voor te gebruiken en dus pakte ik daarvoor de fiets. Al moet ik toegeven dat het af en toe bijna onverantwoord was wat ik allemaal meenam op die twee wielen. Aan elke kant van het stuur een tas, beide fietstassen stampvol en dan de grote dingen op de bagagedrager onder de snelbinders. Maar goed dat ik toen nog geen bagagerek voorop had anders had ik die ook nog vol gezet.

 

Op een gegeven moment is er in deze gewoonte de klad gekomen. De jongens hoefden niet meer naar school gebracht. De weken waren volgepland met afspraken, therapieën, zorgverlening en andere zaken die zich niet op fietsafstand afspeelden. Zo ging ik bijvoorbeeld  werken en moest aansluitend naar Steenwijk om te zorgen dat de jongste twee met de bus naar de boerderij konden. Het kon precies, maar dan moest ik wel met de auto naar mijn werk.

Toen dat alles in een wat rustiger vaarwater kwam was mijn conditie zo hard achteruit gegaan dat het me nauwelijks nog lukte om op de fiets bij de winkel te komen. Laat staan dat ik die bepakt en bezakt nog weer thuis kreeg. Geen kracht genoeg in de benen, kramp in de bovenbuik en een gierende ademhaling maakten dat dat zeer moeizaam ging. Dat ik toen al sluimerende hartproblemen had werd later pijnlijk duidelijk.

 

Na mijn hartinfarct zat ik vol goede voornemens. Ik was toe aan een nieuwe fiets en dat moest maar zo’n fiets met een rek voorop worden en met grote fietstassen. Dan ging ik de boodschappen weer op de fiets doen. Ik was nu gedotterd dus dat zou ik binnen de kortste keren wel weer kunnen.

Dat viel tegen. En niet een beetje. Mijn verwachting dat dat met het opbouwen van de conditie wel beter zou gaan kwam niet uit. Bij elk zuchtje tegenwind hangt mijn tong op mijn schoenen. De fietstest in het ziekenhuis kon  niet volledig worden afgenomen door ernstige kortademigheid. Ik bleek astmatisch. Waarschijnlijk al vrij lang maar dit was altijd gemaskeerd, eerst door het roken, daarna door de hartproblemen.

 

Ik ben niet iemand die snel ergens spijt van heeft. Ik weet dat mijn beslissingen en keuzes meestal voortkomen uit tijdstip, ervaringen en omstandigheden. Maar ik heb nog wel altijd spijt dat ik na mijn hartinfarct zo optimistisch was dat ik weer de oude zou worden dat ik absoluut geen elektrische fiets wilde. Dat had me toch echt heel wat frustraties, zweetdruppels en inhalerpuffen kunnen schelen.

 

 

 

 

 

dinsdag 22 september 2020

#WOT deel 38, 2020

 

Rituelen = 1) Ceremonie 2) Cultusgebruik 3) Eredienst 4) Gebruik 5) Geheel van religieuze gebruiken 6) Kerkelijk gebruik 7) Lange reeks handelingen

 

Laat ik beginnen met een bekentenis. Ik ben Cindy en ik ben een controlfreak met kenmerken van ADHD. Zonder rituelen zou ik gillend gek worden.

Ik gebruik rituelen om mijn dagelijkse handelingen uit te voeren. Zo neem ik mijn medicatie op vaste momenten in. Niet op tijdstip maar op stappenplan. Op hun plek in mijn ochtend- en avondritueel.


Zolang ik dat ritueel volg vergeet ik een aantal belangrijke dingen niet te doen. Hoef ik niet wakker te liggen of ik kortademig ben door het traplopen of doordat ik mijn puf niet heb gehad. Of dat mijn dikke enkels wel of niet komen doordat ik mijn plasmedicatie niet heb gehad. Rituelen helpen mij orde te scheppen in de chaos die in mijn hoofd heerst. Het houdt controle. En daar ben ik gek op.

 

Zelf koppel ik rituelen eigenlijk meer aan religie dan aan mijn gewone leventje.

Ik ben niet kerkelijk opgevoed maar ging wel eens met mijn oma mee naar de zondagsdienst. Ik verbaasde mij daar altijd dat iedereen om mij heen precies wist wat ze wanneer moesten doen. Men ging tegelijk staan, men pakte tegelijkertijd het psalmen- of gezangenboek en men ging tegelijkertijd weer zitten. Als ik daar naar vroeg zei mijn oma altijd:” dat weten we omdat we altijd zo doen we.” Voor mij een beetje een dooddoener want ik wist nooit wanneer we nou wat gingen doen. En al helemaal niet wat we moesten zingen!

Toen ik later in een Katholiek jongerenkoor zong zag ik soortgelijke rituelen. Zeker waren er verschillen maar uiteindelijk waren de gebruiken in zowel de Katholieke als de Hervormde kerk net zo vaststaand. Op elke handeling volgde steevast een vaste volgende. En dankzij de liturgie en een belletje kon ik al snel meedoen met de afwisselingen tussen zitten en staan. Ik raakte perfect geconditioneerd.

 

En dat is precies wat voor mij het nut van rituelen uitlegt. Door steevast hetzelfde stappenplan te volgen, raak ik goed geconditioneerd waardoor chaos minder grip krijgt op mijn dagelijks leven. Er moeten alleen niet teveel belletjes gaan rinkelen.

 

 

dinsdag 15 september 2020

#wot deel 37 2020

 

Drommels = 1) Allemachtig 2) Deksels 3) Deuvekaters 4) Krachtterm 5) Parbleu 6) Ten zeerste 7) Uitroep 8) Verduiveld 9) Stakkerds

 

Of ik zelf veel Bassie en Adriaan heb gekeken weet ik eigenlijk niet meer. Maar dat mijn tien jaar jongere broertje het vaak keek weet ik dan weer wel. Horendol werd ik als puber van dat Ha.Ha.Ha-lachje van robot Robin. Om over dat ge-piedie-piedie-piedie maar te zwijgen.

 

Dat ik er toch meer van opgepikt heb dan ik altijd dacht bleek toen ik zelf kinderen had. Ik vond het geen fijn iets om algemene krachttermen rond ze te gebruiken omdat ik het geen fijn idee vond dat ze die krachttermen al op jonge leeftijd zouden gaan gebruiken. Ik ging dus op zoek naar alternatieven.

Al snel kwam het woord Drommels naar voren. En als we het rond de kinderen over niet al te slimme streken en zetten hadden zeiden we al snel dat we een behoorlijke bal gehakt waren geweest. Een kind wat zich zieliger voordeed dan het was deed piedie-piedie en als ze aan het fantaseren waren vroeg ik of ze dat aan de binnenkant van hun oogjes hadden gezien.

 

Dat taal altijd in ontwikkeling is bleek ook bij onze “nette” krachttermen. Onze kinderen gingen tv kijken en Spongebob was een van hun favorieten. Ook in deze show werd er creatief omgegaan met krachttermen. Zo riep Spongebob zeer geregeld: ”Anemoontjes!”. Een uitroep die ik al snel kopieerde. Ook het wat stevigere “tartaarsaus!” werd een gevleugelde.

 

Zo ontwikkelde mijn krachttermgebruik zich mee met de ontwikkelingsfasen van mijn kinderen. Maar hoe ik toch aan de uitdrukking “wat ben je toch een knurft” ben gekomen is ook mij een raadsel.